Vriend aan het woord: oudtuinbaas Fred van der Hengst van Huis te Manpad

De geschiedenis van Huis te Manpad gaat terug tot de zestiende eeuw. Toen stond hier een kleine hofstede aan een onverharde weg, een zogenaamd manpad of mannepad, die de Heerweg via Heemstede naar Haarlem met de duinen verbond. Later verrees hier Huis te Manpad, een schitterende buitenplaats die van 1767 tot 1953 in handen was van de familie Van Lennep. De laatste particuliere eigenaar was de heer Jan Visser, een gepensioneerd diplomaat. In die tijd kwam Fred van der Hengst voor het eerst op Huis te Manpad. Hij had net de Tuinbouwschool afgerond en werkte in de bloembollensector. “Een vriend die er werkte, moest in militaire dienst en vroeg mij of ik niet op het Manpad wilde werken. Dat leek me wel wat. In maart 1970 ben ik begonnen. Als jonge jongen kwam ik hier in een totaal andere wereld terecht. Terwijl ik mij in het zweet werkte, zag ik mensen tennissen of in het zwembad liggen. De gasten van de heer Visser reageerden ook heel wisselend. De een maakte een praatje, de ander keek je niet aan, omdat je een tuinman was. Daar moest ik erg aan wennen.”

Fred van der Hengst voor het door hem geleide ‘Belgisch hekwerk’ van peren

Woning

Na tweeënhalf jaar moest Fred van der Hengst zelf in militaire dienst. Na afloop ging hij terug naar het Manpad. ‘Ik zei meteen tegen de heer Visser dat ik ander werk ging zoeken, omdat ik veel te weinig verdiende. De heer Visser bood mij vervolgens een woning op het terrein aan en een salarisverhoging. Toen ben ik gebleven en ik heb er nooit spijt van gehad.

In de tijd van de heer Visser werkten er vijf mensen in de tuin. Tuinbaas Koens had de leiding en heeft mij veel geleerd. Snijbloemen waren een grote hobby van de heer Visser. Ieder jaar zaaiden we allerlei eenjarige snijbloemen. Lathyrus in vele kleuren van zaad dat uit Engeland kwam, zonnebloemen van tachtig centimeter tot drie meter hoog en wel zestig soorten dahlia’s. Het was arbeidsintensief, maar we hadden veel eer van ons werk. Visser maakte iedere week zelf boeketten en zette het hele huis vol, tot in de toiletten.

We moesten ook het bosplantsoen onderhouden en de gazons. We deden veel met de hand. Zo maaide ik de bospaden met een zeis. Dat had ik nog geleerd van mijn opa. Als je het goede ritme te pakken hebt, kun je meterslang doorgaan. Vaste prik op vrijdagmiddag was het schoonmaken van het zwembad en het klaarmaken van de tennisbaan voor de weekendgasten.

De langste slangenmuur van West-Europa

Het Manpad staat bekend om zijn stinzenplanten, leifruit en hoogstambomen. In het vroege voorjaar vormt zich een deken van sneeuwklokjes, later volgt het Haarlems klokkenspel. Naast het huis staat de 205 meter lange, monumentale slangenmuur met honderd jaar oude leifruitbomen. Deze kronkelende muur is in de eerste helft van de achttiende eeuw gebouwd en de langste slangenmuur van West-Europa. Het snoeien en onderhouden van het leifruit is altijd een belangrijke taak van de tuinbaas geweest. Het vergt veel tijd, ervaring en vaardigheid om de fruitbomen, vooral handperen, in allerlei fraaie vormen te leiden én oogst te laten geven. “In de negentiende eeuw werkte hier tuinbaas De Wilde”, vertelt Fred van der Hengst. “Hij was dé leifruitspecialist van Nederland en ik denk zelfs van Europa. Vanuit verschillende landen kwamen mensen hier naartoe om het leifruit te bekijken en van De Wilde te leren. De Wilde heeft waarschijnlijk ook het appelras Manpad’s glorie, familie van de goudrenet, ontwikkeld. Deze appelboom staat nog steeds hier in de boomgaard. We hebben er enten van genomen en geven die soms cadeau.

De 18de-eeuwse slangenmuur met een lengte van 205 meter

Leifruit snoeien leer je niet op de Tuinbouwschool. Dat heb ik hier geleerd van tuinbaas Koens, maar vooral van leifruitspecialist Jan Freriks. De meeste leifruitbomen zijn honderd jaar oud en ik krijg er nog steeds peren aan. Daar ben ik trots op. Ook al ben ik met pensioen en heeft mijn zoon Bas mij opgevolgd, ik blijf de baas over het leifruit. Zolang ik hier nog loop, is het leifruit van mij’, zegt Van der Hengst met een grote glimlach. “We hadden hier ook een druif staan van driehonderd jaar oud, een echte Frankenthaler, aangeplant in 1873. Dat was mijn trots. Maar in 2017 heeft hij ineens de geest gegeven. Ontzettend jammer. We hebben inmiddels een nieuwe neergezet.”

Het park van Huis te Manpad ©Helene’s Beeld

Stichting Huis te Manpad

Nadat de heer Visser in 1985 was overleden, heeft stichting Huis te Manpad de buitenplaats in eigendom gekregen. De heer Visser had al jaren eerder de stichting opgericht om het voortbestaan van de buitenplaats te borgen. Hij had geen kinderen. Zijn weduwe heeft nog jaren het huis bewoond. Daarna heeft de stichting het huis, evenals alle andere gebouwen op het terrein verhuurd. De overgang van particulier bezit naar een stichting was groot voor Fred van der Hengst. “Het opkweken van bloemen viel weg en daardoor werd het werk wat saaier. Bovendien moest er personeel weg. Vijf man personeel was voor de stichting niet op te brengen. Uiteindelijk bleef ik alleen over en huurde ik voor allerlei klussen bedrijven in.”

De vervanging van de linden

Op het voorplein van Huis te Manpad stonden eeuwenoude lindebomen die waren geplant in een zogenaamd quinconce-verband oftewel zoals de vijf stippen op een dubbelsteen. “Tijdens een hevige storm in 1990 gingen er ineens drie linden om. Dat was heftig en natuurlijk ook gevaarlijk. We kregen snel een vergunning om de hoogte van de lindebomen van 38 meter terug te brengen naar 20 meter. Achteraf gezien is die ingreep te groot geweest. De eerste jaren ging het goed, maar daarna begonnen de snoeiwonden, die best  groot waren, in te wateren en in te rotten. De stichting heeft toen besloten de hele boel te vervangen met enten van de oorspronkelijke bomen. Dat vervangen was geen makkelijk besluit en het heeft veel discussie opgeroepen. Voor het bestuur was doorslaggevend dat ook generaties na ons het beeld van het voorplein met het huis, zoals het ooit bedacht is, kunnen zien. Het was emotioneel, toen de zaag in de linden ging. Ik heb die bomen vijftig jaar lang verzorgd. Bovendien was het beeld ineens weg. Toen de enten in het voorjaar van 2019 groot genoeg waren, zijn de oude bomen voor zover die er nog stonden, gerooid. Op precies dezelfde plaatsen zijn de nieuwe bomen geplant in het quinconce-verband. Het heeft natuurlijk nog tijd nodig, maar het beeld komt al weer een beetje terug. Zo’n ingreep is ook een teken van vertrouwen in de toekomst. Laatst zei iemand: ‘ik vond dat kappen helemaal niks, ik was ontzettend tegen, maar ik vind het nu wel erg mooi’”.

Dat vond ook de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek. Deze vereniging reikte in juni van dit jaar de erfgoedprijs 2021 uit aan de Stichting Huis te Manpad en in het bijzonder aan Fred van der Hengst voor de kundige vervanging van de lindebomen en zijn lange dienstverband.

Een oudere foto van Huis te Manpad met nog enkele oude linden

Huis te Manpad bezoeken?

Huis te Manpad en de bijgebouwen zijn bewoond en daarom niet toegankelijk voor bezoekers. De tuin is wekelijks te bezoeken onder leiding van een gids. Tijdens de bloei van de stinzenplanten in het voorjaar worden tweemaal per week rondleidingen gegeven. Zie voor meer informatie: https://www.huistemanpad.nl/manpad-bezoek.html