Vijwilligers favoriet in strijd tegen exoten

 

Door Hans Kamerbeek, juni 2018

Bij de bestrijding van vrijwel elke invasieve exoot blijken vrijwilligers het meest effectief. Ze werken niet alleen goedkoper dan professionals. Maar ze behalen ook betere resultaten dan methodes met gif zoals glyfosaat. Dat is een van de conclusies van het symposium op 8 februari 2018: Omgaan met invasieve exoten in het terreinbeheer met de conclusies uit onderzoek naar alle bekende methoden, georganiseerd door VBNE, Unie van Bosgroepen, LandschappenNL, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Federatie Particulier Grondbezit.

Het symposium gaf de nieuwste kennis over de bestrijding van zeven exoten, namelijk duizendknoop, Amerikaanse vogelkers, reuzenbalsemien, berenklauw, watercrassula, trosbosbes en zonnebaars. De belangstelling voor duizendknoop en Amerikaanse vogelkers was zo groot dat twee workshops op de agenda stonden.

Japanse duizendknoop
Aziatische duizendknopen horen tot de lastigste uitheemse plantensoorten. Ze rukken op in natuurterreinen, bermen en plantsoenen. Ze bedreigen de stabiliteit van dijken. Hun wortels beschadigen gebouwen en rioolbuizen.

Probos-directeur Jan Oldenburger presenteerde de resultaten van vijf jaar onderzoek. Probos heeft tussen 2012 en 2017 met 31 terreinbeheerders op 120 locaties vijf bestrijdingsmethoden getest: afdekken, intensief maaien, glyfosaat, Ultima en begrazen. Eindmeting van vorig jaar en alle resultaten staan op de website www.bestrijdingduizendknoop.nl. De kern van de bestrijding is, volgens Joyce Penninkhof van Probos, “de energievoorraad van de duizendknoop uitputten.” Dat is dus een proces van lange adem.

Met de kanttekening dat de meest geschikte bestrijdingsmethode locatieafhankelijk is, blijkt handmatig uittrekken de meest effectieve methode tegen lage kosten. Afdekken met speciaal zeil scoort het hoogst, maar lijkt alleen geschikt voor geïsoleerde haarden zonder bomen en andere obstakels. Bovendien is het zeil duur, want afgemaaide stengels mogen er geen gaten in kunnen prikken en losse zeilen moeten elkaar meters overlappen.  Na afloop moet het zeil verwijderd worden, want het breekt niet af. Andere methoden kunnen op grotere groeiplaatsen toegepast worden, maar leveren minder resultaat op.

Ook bladbehandeling met glyfosaat scoort hoog. Snijvlakbehandeling en injecteren hebben minder effect. Het middel Ultima opent de huidmondjes en maakt de planten binnen een uur bruin, maar vervolgens lopen de wortelstokken sneller uit. Ultima is, samen met injecteren, de duurste methode.

Varkens zijn effectief bij berenklauw, maar ze lusten geen duizendknoop. Schapen wel. Maar hun begrazing is niet effectief. Er zijn aanwijzingen dat continubegrazing beter werkt dan de onderzochte drukbegrazing.

Maandelijks maaien scoort laag en tweewekelijks maaien zou over drie jaar € 90.000 vergen. Dat werd de deelnemende waterschappen met hun twaalf proeflocaties te gortig. Zij stopten al na twee jaar. Eén waterschap, Hollandse Delta, stapte over op spuiten met glyfosaat.

Een deelnemer van Natuurmonumenten had positieve ervaringen met bijna kokend water injecteren in stengels na het maaien. Oldenburger kent geen onderzoek naar deze nog nieuwe methode.

In Vlaanderen blijkt de methode ‘indammen’ succesvol. Daar worden snelgroeiende planten en struiken rondom een locatie met duizendknoop geplant.

Landgoed Twickel heeft goede ervaringen met het planten van beuken die voor schaduw zorgen en daarmee de groei van duizendknoop beperken, waarna inheemse soorten opkomen.

Probos ontwikkelt in opdracht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een online toegankelijke beslisboom, die de gebruiker stapsgewijs leidt naar tips voor bestrijden en voorkomen. De beslisboom is hier te zien.

Amerikaanse vogelkers
Vrijwilligers zijn ook onmisbaar bij de bestrijding van Amerikaanse vogelkers. Dat vertellen Bart Nyssen en Gerard Koopmans. Zij bundelen tientallen jaren ervaring met grootschalige bestrijding door Bosgroepen op de Veluwe, in Limburg, 4000 hectare Kennemerduinen en landgoed Prattenburg. Grootste uitdaging is om de vrijwilligers gemotiveerd te houden, want blijvend effect vergt vaak tien jaar consistent beheer. “Het helpt om ze te betrekken bij de planvorming”, heeft Gerard Koopmans ervaren.

De kiemkracht van de zaden daalt na vijf jaar enorm, hebben de Bosgroep-medewerkers ervaren. Dus begin met het verwijderen van alle zaadbomen. Vanaf het vierde jaar kun je overschakelen op het steken van zaailingen.

Als je glyfosaat gebruikt, wat de Bosgroepen alleen nog bij hoge uitzondering doen, beperk je dan tot zaagvlakken van minstens 5 centimeter. Insmeren van de stobben moet binnen een half uur, liefst meteen. Ideaal is als degene die zaagt ook smeert of spuit, met 5% glyfosaat. Beste periode loopt van augustus tot oktober want dan komt het meeste glyfosaat in de wortels.

Soms valt te verdedigen om de bospest (prunus serotina) niet te bestrijden. Vooral als houtoogst het hoofddoel is van het bos. Geef kwaliteitsbomen de ruimte en plant inheemse soorten. Dan krijg je inkomsten uit kersenhout. En na de kap heb je een inheems bos. Bovendien kan de schade beperkt blijven als de eigenaar het bos weerbaarder maakt. Dat kan door opvolgersoorten in te brengen, zoals winterlinde, haagbeuk, Europese vogelkers (prunus padus), esdoorn, hazelaar, tamme kastanje en beuk. De struiklaag van Amerikaanse vogelkers laat na verloop van jaren steeds meer licht door, heeft Bart Nyssen gemeten. Dat vergroot de kansen voor opvolgers in de successie.

Op kapvlaktes kun je snelgroeiende concurrenten inbrengen zoals berk, lariks en esdoorn. Knippen en breken van de bospest er omheen vergroot het concurrentievoordeel van de snellere groeiers.

Henk Siebel van Natuurmonumenten waarschuwde: “Het komt niet vanzelf goed. Successie leidt tot donkerder bos. Lichtminnende soorten verdwijnen. Donkere-bossoorten komen vaak niet terug omdat de zaden daarvan verdwenen zijn in de lange tijd dat het gebied begroeid was met heide. Als het je gaat om biodiversiteit, moet je ingrijpen”, concludeerde Siebel.

Reuzenbalsemien
Met de hand uittrekken blijkt de effectiefste bestrijding van reuzenbalsemien. Dus zijn vrijwilligers onmisbaar, concludeert Lodewijk van Kemenade uit zijn ervaringen met Landschapsbeheer Flevoland. Het meeste is handwerk. De planten laten zich makkelijk met wortels uit de grond trekken. Om de laatste plantjes te vinden, is nacontrole noodzakelijk want ook kleine plantjes geven zaad. Alleen bij grote en egale oppervlaktes past Van Kemenade machinaal maaien toe. “Maar professionals zijn duur”, voegt hij meteen toe. De kosten kwamen voor 0,4 hectare uit op € 2008,- waarvan € 1260,- voor  de aannemer van werkvoorziening en € 748, voor de begeleiding van Landschapsbeheer. Omgerekend komt de prijs per hectare op € 5020,-. Hoe motiveert Van Kemenade zijn vrijwilligers? “Met lekkere gevulde koeken en mijn dank”, antwoordt hij nuchter.

EU-lijst
Op de Europese lijst van invasieve exoten staan inmiddels 49 soorten. De EU heeft hun schade berekend op €12 miljard per jaar. Dat gaat om gezondheid, landbouw, water, gebouwen en biodiversiteit. Alleen voor die laatste zijn provincies verantwoordelijk. Voor de overige schades staat het Rijk aan de lat.

Plaatsing op de EU-lijst levert geen geld op voor bestrijding, bevestigde Wiebe Lammers, team invasieve exoten van NVWA. Dat moet komen uit bestaande geldbronnen zoals Life+ en lokale overheidsbegrotingen. De EU-lijst blijkt wel van grote betekenis in overleg met instanties die kunnen helpen bij voorkomen en elimineren van exoten. Overigens hebben overheden veel keuzevrijheid welke soorten ze willen aanpakken en hoe. Van sancties is geen sprake, volgens Lammers. “Brussel zal zich voorlopig beperken tot waarschuwingen”, verwacht hij.

De bospest en de duizendknoop staan niet op de EU-lijst. Maar bijvoorbeeld de VBNE kan bij het ministerie van LNV opname van soorten bepleiten. Voor de aanvraag is minstens nog een lidstaat nodig, wetenschappelijk bewijs van schade en een aantoonbare noodzaak van optreden.

Meer informatie
Praktijkadviezen staan op de website van de VBNE.  De komende tijd volgen meer praktijkadviezen. Het onderzoek van Probos is hier te lezen.  De beslisboom vindt u hier.

Met dank aan Probos voor de afbeeldingen van de website www.bestrijdingduizendknoop.nl


Hans Kamerbeek is ecoloog, financieel-economisch journalist, auteur van Waardevol Groen en Ondernemen met Natuur over financiering van natuur en landschap, https://www.grondbezit.nl/verdienmodellen.html en vrijwilliger natuurbeheer landgoed Op Hees en Utrechts Landschap.