Verdwenen buitenplaats Vrijburg leidt tot identificatie van geportretteerde Haagse familie!

 

René W.Chr.Dessing

In 2016 kocht het Haags Historisch Museum op een Franse kunstveiling met steun van de Vereniging Rembrandt een werk aan van de Haagse kunstschilder Gerard Hoet (1648-1733). Het stelt de familie Quarles voor op hun buitenplaats Vrijburg te Voorburg. Hun buitenverblijf vormde de sleutel tot de vaststelling wie de geportretteerden zien.

Rond deze aankoop wist de bij het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis werkzame Laurens Schoemaker te herleiden dat op het schilderij de jurist Pieter Quarles (1677-1741), zijn vrouw Cornelia Splinter van Loenersloot (1677-1750) en hun zonen Willem (1717-1781) en Lodewijk (1719-1781) zijn geportretteerd. De man met de geschoten konijnen is onbekend. Natuurlijk speelde in dit onderzoek de opmerkelijk gevormde buitenplaats op de achtergrond ook een rol. Het lang verdwenen Vrijburg aan de Voorburgse Broeksloot, werd in 1724 door Pieter Quarles aankocht. Het dankt haar imposante voorkomen aan de bouwinspanningen van de Waalse veldprediker François de Cupijff de la Berandière. Hij voorzag het huis in 1646 van zijn trapgevels en plaatste de voorname hoektorens, waarmee het huis enige adellijk allure verkreeg. Aan de hand van het postuur van de beide jongens en de kledingsnit dateert men het doek op circa 1727/28, waarmee het tegelijk tot de late artistieke prestaties van Hoet kan worden gerekend.

Onderzoek wees ook uit dat het schilderij in de stadswoning van de familie Quarles in de Haagse Lange Houtstraat hing. Daar zal men op koude, winterse dagen soms naar het schilderij hebben gekeken in een verlangen naar de lente en de daarmee samenhangende start van het buitenleven. Dat zij op Vrijburg volop van de zomer genoten, is op de voorstelling goed te zien. Er is net gejaagd gezien de jachtbuit en het gezadelde paard in de bosschage. Mogelijk dat de beide zonen in hun met een pony ingespannen rijtuigje zijn mee geweest. Cornelia Splinter zit er rustig bij met achter haar een arcadisch aandoende bosschage. Boven de buitenplaats trekken wolken voorbij.

Net als tachtig procent van de Hollandse elite bezat ook de familie Quarles een buitenplaats. Hier beleefde zij van half april tot diep in september de zomer. Het in bezit hebben van buitenplaatsen komt in Holland, Zeeland en Utrecht vanaf 1620 goed op gang. Rijke Amsterdamse kooplieden spelen hierbij een leidende rol al doet dit fenomeen zich rond vele andere Hollandse steden ook voor. In Den Haag kende iedereen de stadhouderlijke buitens Honselersdijk, Huis te Nieuburch (Rijswijk) en Huis ten Bosch. Tegelijkertijd bezaten talrijke leden van de bestuurlijke elite, adel, diplomaten en ondernemers ook buitenplaatsen in Wassenaar, Voorburg, het Westland en Rijswijk. Met buitenplaatsen hangt grondbezit samen en combineerden de buitens een zowel rustig renderende investering als een aangename verblijfplaats. Daar genoot men iedere lange zomer van geurende planten en bloemen, verse groenten en fruit, jaagde men, hield gezellige ontvangsten of gaf zich over aan botanische hobby’s.

Net als langs de Vecht, de Oude-, Nieuwe- en Kromme Rijn, de oevers van meren en trekvaarten werden de waterwegen bij Voorburg ook benut voor de aanleg van talrijke buitens. Daarmee konden boten vol reisbagage voor een lang verblijf de buitens makkelijk bereiken. Bovendien was het aanwezige water essentieel voor de parken en (moes)tuinen op de buitenplaatsen. In Voorburg is de buitenplaats Hofwijck bewaard gebleven. Hier langs de Vliet bouwde Constantijn Huygens, gebruikmakend van Italiaanse architectuurprincipes, zijn gedroomde buitenplaats die hij de vorm van een menselijk lichaam gaf. De aanleg van een spoortracé in 1868 ontnam dit ontwerp voorgoed zijn benen en had Guillaume Groen van Prinsterer enige jaren daarvoor de sloop van dit prachtige monument weten voorkomen.

Dat geluk was Vrijburg niet gegund. Zoon Willem Quarles verkreeg in 1751 de titel baron van het Heilig Roomse Rijk van keizer Frans I. Zijn nakomelingen zijn zich later Quarles de Quarles gaan noemen. Die van zijn broer Lodewijk noemden zich Quarles van Ufford, naar de plaats Ufford in het Engelse graafschap Suffolk. Daar kwam de Nederlandse stamvader William in de 15de eeuw oorspronkelijk vandaan. Vrijburg zou nog tot 1785 in de familie blijven en zou, na enige keren van de hand te zijn gegaan, aan het einde van de 18de eeuw worden gesloopt. Daarmee raakte Voorburg een van zijn mooiste buitenplaatsen voor eeuwig kwijt.

René Dessing schreef bovenstaand artikel in september 2017 voor het bulletin van Vereniging Rembrandt.

Wilt u meer lezen over Vrijburg: Kees van der Leer schreef in 2012 voor de Vereniging Historisch Voorburg een informatief artikel over het Het oude ‘Huis te Vrijburg’ aan de Broeksloot.(2012, jaargang 18, nr. 1). Voorts bevat de uitgave van Oud Holland, Journal for Art of the Low Countries (2018-1) een zeer informatief artikel van de hand van Laurens Schoemaker.