door Rien de Vries, gepensioneerd docent geschiedenis
‘Als landgoedbeheerder probeer je samen met betrokken boeren, ondernemers en dorpsbewoners een bijdrage te leveren aan de maatschappij en aan landschapsbehoud‘, vertelt Liesbeth Cremers. Samen met haar man Frans Bakker bewoont zij de buitenplaats Vilsteren. Zij is mede-eigenaar van het landgoed dat ruim duizend hectare groot is. De meest opvallende verandering die zij in de natuur op het landgoed ziet is vermindering van de biodiversiteit, zoals het aantal insecten en schimmels. Dat veroorzaakt verschraling van de grond en het leidt tot vermindering van het immuunsysteem van bomen. Ook langdurige droogte en een te lage grondwaterstand veroorzaken schade aan de bossen.
Liesbeth Cremers ©Arie Tinbergen.
Soil4U en loslandpacht
Het besef dat een gezonde bodem de basis is voor een toekomstbestendig landgoedbeheer heeft in 2015, mede door Liesbeth Cremers, geleid tot de oprichting van het platform Soil4U. De naam staat voor zorg om de bodem en het platform heeft als missie om vanuit de praktijk kennis en inspiratie te bieden voor landgoederen die transitie voorstaan naar een gezonde bodem en bedrijfsvoering met nieuwe verdienmodellen. De motivatie onder landgoedeigenaren bleek groot. De inzet van Soil4U heeft geleid tot diverse projecten samen met de pachtende boeren voor natuurgerichte landbouw, duurzaamheid, kleinschaligheid en meervoudige waardecreatie.
Liesbeth: ‘We moeten niet afwachten welke regelingen de overheden bedenken, maar zelf bottom-up handelen.’ Op Vilsteren wordt een geheel nieuwe vorm van loslandpacht ontwikkeld met pachtcontracten voor langer dan zes jaar met flexibele maatregelen in duurzaamheid. Herstel van de bodemgezondheid door natuurgerichte landbouw is het doel. Boeren betalen reguliere pacht voor bestaand land, die aan stringente regelgeving is gebonden, maar op de zogenaamde losse gronden is flexibele pacht mogelijk. Deze losse gronden zijn ontstaan door ruimte te geven aan de rivier de Vecht. In onderling overleg tussen pachter en verpachter wordt de grond langjarig gegund aan de pachter die wil werken volgens vastgestelde duurzaamheidsvoorwaarden. Deze voorwaarden kunnen gedurende de pachtperiode aangepast worden door voortschrijdend inzicht.
Buitenplaats Vilsteren ©Arie Tinbergen.
Kringlooplandbouw op landgoed Twickel
Op de Zenderense Es in Borne en de Deldeneresch nabij Delden ligt op landgoed Twickel een voorbeeldgebied voor het uitvoeren van kringlooplandbouw. Rentmeester Mooiweer: ‘De veehouderij is voor de voedselvoorziening van het vee aan land gebonden, maar bij kringlooplandbouw worden per hectare minder koeien gehouden en wordt de bodemkwaliteit verbeterd door beperking van grondstoffengebruik. Door een gesloten kringloop wordt gestreefd naar vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen in bodem, lucht en water.’ Concreet werkt het landgoed met een groep gangbare melkveehouders aan de realisatie van een netwerk van houtwallen, heggen, stroken met graskruiden, akkerranden en andere landschapselementen tussen en naast de agrarische percelen. Op deze percelen wordt een verscheidenheid aan gewassen geteeld en vindt rotatie van gewassen plaats. Naast strak groen raaigras wordt gekozen voor kruiden- en bloemrijke grassoorten ter bevordering van de biodiversiteit. Ook zijn er proeven om biomassastromen (maaisel, houtsnippers, mest, groente- en fruitafval en aardappelpulp) van het landgoed beter te benutten door compostering en fermentering tot bokashi. Natuurinclusief boeren is ‘lerend beheren’ en experimenteren met niet of nauwelijks kerende grondbewerking, met stroken- en mengteelt en met het ontwikkelen van streekproducten. Biologische landbouw heeft tijd nodig voor omschakeling. De pachter betaalt daarom de helft van de pacht gedurende de eerste twee jaren, wanneer de kostprijs hoger is. Na twee jaar kan een biolabel worden verkregen, waardoor de producten meer opbrengen. Op deze wijze is tweehonderd hectare grond op het landgoed in omschakeling gebracht.
Kasteel Twickel ©Arie Tinbergen.
Weiden bevloeien op landgoed Lankheet
Op landgoed Lankheet grijpt men terug op de oude techniek van vloeiweiden om het landgoed duurzamer te maken. Beheerder en mede-eigenaar Eric Brinckmann: ‘We moeten zuinig zijn met water en optimaal gebruik maken van beekwater en grondwater. Door weiden te bevloeien stimuleer je een bloemrijke grasgroei en verminder je het probleem van broeikasgassen, zoals methaan dat vijfentwintig keer zwaarder is dan koolstofdioxide (CO2), en lachgas dat driehonderd keer zwaarder is.’ Het bevorderen van het bodemleven, zoals schimmels, bacteriën en wormen, reduceert de uitstoot van zware gassen tot een minimum en legt bovendien meer CO2 vast. Zo wordt een bijdrage geleverd aan de klimaatdoelen.
Het bevloeien van weiden op Landgoed Lankheet ©Arie Tinbergen.
Ook in de bossen moet het grondwaterpeil hoog gehouden worden om verdroging en verzuring tegen te gaan en CO2 vast te leggen. Schimmels zijn belangrijk, omdat ze zorgen voor aanvoer van voedsel en vocht voor bomen. Op het landgoed wordt het waterpeil nu verhoogd door gebruik te maken van de Buurserbeek die door het landgoed stroomt. Vanuit de beek wordt het water door een rietveld omgeleid om het water te zuiveren van stikstof en fosfaat. Met hulpmiddelen als kantelstuwen, schuiven en duikers wordt het water door de natuur en over de herstelde vloeiweiden van het landgoed geleid. Via dit oude watersysteem in het landschap stroomt het water uiteindelijk weer terug in de Buurser Beek, die in 2020 haar oorspronkelijke loop op het landgoed heeft terug gekregen. Door het beekwater minder hard te laten stromen en langer vast te houden wordt verdroging van de grond tegengegaan. In het verleden stroomde het water in zestien dagen door de meanderende beek van Duitsland naar de IJssel, maar door kanalisering in de twintigste eeuw deed het water er negen uur over.
De Buurserbeek op Landgoed Lankheet ©Arie Tinbergen.
Van het gas af op landgoed Den Berg
In doordachte stappen neemt het bestuur van de stichting Fundatie van Dedem-Den Berg grote besluiten om te komen tot verduurzaming met behoud van cultuurhistorische elementen in de omgeving Dalfsen. Zo wil het bestuur de monumentale havezate en het landgoed nog minstens vijftig jaar in standhouden. Sander van Dedem: ‘We willen van het gas af omdat het een eindig product is.’ Na een grondige isolatie van het huis zijn onlangs zeventig zonnepanelen in de voormalige moestuin geplaatst. Sander: ‘We wekken nu voldoende op voor het huis plus dat we energie overhouden voor de derde fase in de energietransitie. Dat is het verwijderen van de gasaansluiting.’ Met een zogenaamde water-waterpomp wordt gebruik gemaakt van de warmte in het grachtwater. Dit systeem biedt enkele voordelen. Het is niet zichtbaar, het veroorzaakt geen lawaai, het is fossielvrij en er is een continue temperatuur in huis wat energiebesparend werkt. Bovendien zorgt het systeem voor minder aantasting van de cultuurhistorische elementen, omdat het verborgen ligt in de gracht. Een volgende fase is het gasloos maken van de bijgebouwen door het bijplaatsen van zonnepanelen en extra aansluiting met kabels. Omdat de salderingsregeling voor zonnepanelen eindig is, denkt het bestuur vooruit hoe overtollige stroom kan worden opgeslagen. Een mogelijkheid is om als warmteopslagplaats een groot blok beton (12x10x4meter) in de tuin te plaatsen. Sander: ‘we willen verduurzamen met nul impact op de omgeving.’
Buitenplaats Den Berg met rechts de gracht ©Marnix Klooster.
In het boek Landadel in Overijssel dat in het voorjaar van 2024 wordt uitgebracht door W BOOKS heeft Rien de Vries verhalen van bewoners over hun leven en over geschiedenis en verduurzaming van het landgoed bijeengebracht. Meer informatie vindt u op www.landadeloverijssel.nl. Hier kunt u ook het boek bestellen.