Provincie Friesland

Voor Fryslân 2030-2050 zet de provincie in op een sterke economie en optimale bereikbaarheid, die zorgen voor welvaart en welzijn. Beide vormen de grondslag voor een vitale en leefbare regio.

Investeren in de leefomgeving

Economische vitaliteit genereert de middelen voor investeringen in omgevingskwaliteiten. Door de Friese economie te vergroenen en steeds meer circulair te maken, vallen economische voorspoed en werkgelegenheidsgroei te koppelen aan een natuurlijke leefomgeving met veel kwaliteiten.

Binnen die leefomgeving zijn er karakteristieken waarmee mensen zich verbonden voelen. Denk aan de verscheidenheid aan landschappen met hun kenmerkende bebouwing, in combinatie met hun cultuurhistorische en archeologische ontstaansgeschiedenis.

Gebiedsgerichte aanpak

De provinciale inspanningen voor een vitale en leefbare samenleving moeten met deze omgevingskwaliteiten verbonden zijn. De provincie wil op enkele gebieden waar veel belangen en aspecten samenkomen, maatwerk realiseren via een gebiedsgerichte aanpak – zie de Omgevingsvisie Fryslan.

Subsidie Buitenplaatsen

Volgens het ‘Uitvoeringsprogramma Ruimtelijke kwaliteit, erfgoed en landschap’ moet de structuurvisie doorwerken in provinciale en gemeentelijke plannen en plannen van derden. De provincie kent een subsidieregeling voor restauratie en herbestemming van buitenplaatsen die beschermd rijksmonument zijn.

De winst van financiële ondersteuning

De provincie heeft inmiddels bijgedragen aan het ‘Herstelprogramma Landgoederenlandschap Beetsterzwaag 2014-2016’. Hierin hebben eigenaren, bewoners, ondernemers en overheden onderzocht hoe ze de landgoederen rond Beetsterzwaag van meer gewicht kunnen laten zijn voor de lokale economie.

Ook zijn er herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Daarnaast heeft de Rijksuniversiteit Groningen in 2017 een maatschappelijke kosten- en batenanalyse uitgevoerd: ‘Landgoederengordel Beetsterzwaag: kosten en baten in beeld’. Hierin wordt onder meer becijferd dat de landgoederengordel de woningen in twee gemeenten 211 miljoen euro meer waard maakt. Dit rechtvaardigt de financiële ondersteuning door deze gemeenten van landgoedeigenaren bij structurele tekorten.