Paddenstoelentijd: een wandeling over Park Sonsbeek

Eekhoorntjesbrood bij Rosendael

Voedsel en landgoederen, die gaan hand in hand. Landgoederen waren voor het overgrote deel zelfvoorzienend en het land werd door de opbrengsten economisch uitgenut; oogsten, de wildbaan, waterlopen voor visserij.. Vaak hadden deze plekken een pioniersrol; hier werden nieuwe soorten gewassen getest, nieuwe manieren van telen en verbouwen uitgeprobeerd. Broedplaatsen voor vernieuwing. Maar ook paddenstoelen werden al sinds de 17e eeuw verzameld en verkocht, het hoorde erbij. Daarnaast zijn paddenstoelen goede indicatoren van de bodemconditie. Zo heeft de paddenstoel heeft dus al heel erg lang een rol op KBL.  

Mysterieuze zwammen

Na een periode van vochtig weer, worden de bermen, oude lanen en velden bevolkt door allerhande hoedjes. Grote witte bollen op de velden, stereotiepe rode met witte stippen op een mosbed of vreemde geschubde gevallen aan de voet van oude eiken. Prachtig! Maar Nederlanders zijn efficiënte consumenten geworden; we halen onze boodschappen in een winkel, en eetbare paddenstoelen, dat zijn champignons, oesterzwammen of shiitakes, en die staan in een plastic bakje onder de bosjes kruiden in het koelvak. De teneur is dat de paddenstoelen in het bos vreselijk dodelijke gewassen zijn. Mycofoob zijn we geworden. En dat terwijl onze oosterburen in Duitsland en Polen een mandje meenemen wanneer ze gaan wandelen in het bos, want daar is wildplukken doodnormaal.

Paddenstoelen zijn omgeven door geheimzinnigheid. Waar ze in de oudheid als godenspijs werden gezien, werd men in de middeleeuwen een beetje huiverig voor paddenstoelen. Die connotatie bestaat nog steeds. Heksenboter, duivelsei en satansboleet; allemaal benamingen van paddenstoelen, namen die aangeven dat het zaakje niet te vertrouwen is. En dat is ook niet zo gek; uit een duivelsei groeit binnen een dag een grote stinkzam, en dat lijkt toch echt wel op tovenarij. En dan nog het feit dat je je lelijk kunt vergissen; gooi een groene knolamaniet door de ragout, en je vertelt het niet na.. Maar desalniettemin is de slechte reputatie van de paddenstoel onterecht. 

Tegenwoordig zijn er juist diverse bewegingen die willen laten zien dat de paddenstoel een bijzonder en waardevol gewas is, en hoe we daar mee om kunnen gaan. Ik ging daarvoor mee met een paddenstoelenwandeling. Het resultaat? Een frisse neus en een hoop nieuwe kennis.

Wildplukker Edwin Florès


Paddenstoelentocht
Een warme junidag, en de voettocht leidt door Park Zypendaal en Park Sonsbeek. Dit is een van de fraaiste parkgebieden die Nederland rijk is; groen, met tal van monumentale bomen, waterpartijen en golvende gazons. Op de rand van de stuwwal, die uitstekende aanleiding gaf om er diverse landgoederen op te stichten. Op de Hartjesberg staat het indrukwekkende Huis Sonsbeek, die uitkijkt over de Arnhemse stad. Het verval hier is groot; zo’n 30m van het hoogste punt tot aan het diepste deel. In combinatie met de sprengenkoppen die de Veluwse zoetwaterbel aanboren, zorgt dat voor een klaterende waterloop en een weelderige rijkheid aan flora en fauna.

En dit is het toneel van de paddenstoelentocht. Edwin Florès is onze gids. Hij is Wildplukker en werkt samen met tal van gerenommeerde restaurants, die hij dagelijks voorziet van een brede variatie aan paddenstoelen, wilde kruiden en planten. De bossen en velden zijn zijn supermarkt, en Park Sonsbeek is in die zin zijn buurtsuper. Hij woont al ruim 30 jaar in Arnhem en is al van jongs af aan bezig met voedsel verzamelen uit de natuur. Als kind nam zijn moeder hem mee uit wandelen, en leerde hem alles over de eetbare natuur. Na een glansrijke carrière te hebben gehad als salesmanager NL voor een groot uitzendbureau, gooide hij het roer om. Hij verdiepte zich steeds meer in paddenstoelen en wilde graag een stukje bos bij de mensen thuis brengen. Na verloop van tijd draaide hij dit principe om; niet meer bos in huis, maar meer naar het bos! Bewustwording van de natuur en kennis krijgen over alles wat er groeit en bloeit, dat heeft Edwin tot zijn core business gemaakt. We lopen door een oude beukenlaan. De bermen liggen vol blad, maar daaronder piept hier en daar een hoedje uit. “Kijk, dit is de bruine, slanke amaniet. Die is goed eetbaar,” vertelt hij terwijl hij de paddenstoel afsnijdt en in zijn mand legt. Verderop vinden we een eekhoorntjesbrood en rodekoolzwammen. Waarom lenen landgoederen en parktuinen zich nou zo goed voor het vinden van paddenstoelen? “Landgoederen liggen vaak op zandruggen of uitlopers daarvan. De grond is er vrij schraal, weinig voedingsstoffen. Dat creëert – samen met de specifieke boomsoorten – een ideale biotoop voor paddenstoelen. De lanen zijn bezet met beuken en eiken op leeftijd. Dit soort bomen leeft vaak samen met bepaalde soorten paddenstoelen. Gemengd bos, loof- en dennenbos, met bomen van een jaar of 30-40-50, dat is een voorwaarde voor bijvoorbeeld eekhoorntjesbrood. Vaak is ook het beheer van parktuinen en landgoederen afgestemd op het bewaren van paddenstoelensoorten. Dat betekent een aangepast maaibeleid en zorg dragen voor schrale bermen. Lanen en bermen zijn überhaupt van betekenis voor paddenstoelen; er zijn zelfs soorten die we echt alleen nog maar in bermen vinden. Kijk, dit is een cantharel. Die vonden we jaren geleden in groten getale, nu alleen nog maar in kleine aantallen. Maar, het worden er alweer meer, het dieptepunt is geweest. Zo’n cantharel, dat is een teken dat het een – voor paddenstoelen – waardevolle berm betreft. Zo heeft dus elke paddenstoelensoort zijn eigen voorkeur. Sommige soorten paddenstoelen houden van losse, omgewoelde aarde. Inktzwammen bijvoorbeeld. En eikhazen groeien doorgaans op dezelfde plek, tussen de wortels van oude, monumentale eiken.”

We lopen verder en komen in een bosgedeelte, vol reusachtig hoge beuken. Alsof je in een cathedraal van bomen staat. We pauzeren even bij een kale stam. Geen takken, wel vol zwammen. “Hier zie je welk effect paddenstoelen kunnen hebben op bomen. Een zieke boom is daar kwetsbaar voor. De schimmels hollen de boom als het ware uit en maken de structuur minder vast; zo kunnen vogels als spechten er lekker in pikken. Het is dus belangrijk dat zulke stammen blijven staan. Er groeien ook zwammen op. Zo’n stam is bij uitstek geschikt voor oesterzwammen. Let er maar eens op, er zijn meerdere soorten en ieder seizoen groeit er wel eentje. Bij buitenplaatsen, kastelen en landgoederen vind je ook dit soort stammen. Dit past vaak in hun beheerstrategie.”  

Zelf wildplukken
Hoe te beginnen met paddenstoelen zoeken? Edwin vertelt: “Mensen beginnen vaak verkeerd om. Ze kopen een gids en gaan het bos in. Vervolgens proberen ze te determineren wat ze tegenkomen. Dan ben je eindeloos bezig, want a) je weet nog niks en b) het kan van alles zijn. Dus begin andersom. Beperk je tot een aantal soorten. Ik heb een boek geschreven [Het Paddenstoelenboek, red.] en daarin beschrijf ik een aantal soorten die foolproof zijn; als je de leidraad volgt, dan kun je je er niet in vergissen. En dan ga je kijken: in wat voor omgeving ben ik? Wat is het seizoen? Wat zijn de omstandigheden? Dus is het het begin van de zomer? Heeft het een poos geregend een aantal weken ervoor? Ben je in een gemengd bos bij een landgoed bijvoorbeeld? Zoek dan naar boleten. Dan weet je waar je redelijkerwijs op mag rekenen. Dan zul je zien dat je vindt wat je zoekt.” Edwin Florès verzorgt met zijn bedrijf Casa Foresta gedurende het hele jaar workshops, wandelingen en natuurreizen naar het buitenland. Ook organiseert GLK een leuke paddenstoelenwandeling voor jong en oud, op zondag 13 oktober, volg deze link voor meer informatie.