Onderzoek legitimeert overheidssteun voor historische buitenplaatsen

De maatschappelijke baten van historische buitenplaatsen overtreffen ruimschoots de kosten van de instandhouding ervan. Dat blijkt uit een op 22 mei 2018 gepubliceerd onderzoek van dr.ir. Elisabeth Ruijgrok van Witteveen + Bos. Investeren in de instandhoudingskosten van buitenplaatsen loont daarom volop vanuit maatschappelijk perspectief.

Het onderzoeksrapport is op 22 mei 2018 door Per Insinger, voorzitter van de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen aangeboden aan de Voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor OCW in de Tweede Kamer, mevrouw Ockje Tellegen. Reden daarvoor is de politieke betekenis van het rapport.

Klik hier om het volledige rapport te downloaden (pdf bestand).

Grote maatschappelijke waarde
Bekend was al dat de historische en monumentale gebouwen, hun tuinen en parken en groene rijksmonumenten een sterke magneetwerking hebben op groeiende aantallen (inter)nationale toeristen en recreanten. Daarnaast verhogen ze het woongenot van dorpen en steden in de omgeving. De instandhouding ervan gaat daarnaast gepaard met de nodige werkgelegenheid. Met het nu gepubliceerde onderzoek zijn voor het eerst de economische en maatschappelijke baten daarvan in beeld gebracht.

Baten niet voor eigenaren
Het rapport maakt zo inzichtelijk dat elke geïnvesteerde euro in een historische buitenplaats de samenleving zo’n €3,50 oplevert. Het meest opvallend daarbij is dat ruim 80% van die baten terecht komt bij burgers, 14% bij overheden (middels belastinginkomsten), bijna 5% bij de omliggende (horeca)bedrijven en slechts 1% bij de instandhouders. Die instandhouders zijn overwegend de particuliere eigenaren, die hun buitenplaatsen – met veel inzet en moeite – in goede staat proberen te houden, en zo nodig, op orde te brengen. Bovendien geldt voor hen een wettelijke onderhoudsplicht.

Erfgoedbeleid heeft goed gefunctioneerd
Dat ook de instandhoudingskosten van de historische gebouwen op buitenplaatsen en hun parken, tuinen en bossen zeer hoog zijn, was al bekend uit eerdere rapporten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Wel maakt dit nieuwe rapport duidelijk dat de instandhoudingskosten van monumentaal groen aanzienlijk hoger zijn dan die van monumentaal rood. Desondanks is het gelukt om een groot aantal van deze parels van het buitengebied te beschermen voor de toekomst. De historische buitenplaatsen met hun bijbehorende tuinen en parken verkeren inmiddels in een redelijke staat van onderhoud. Veelal is dit resultaat bereikt door particulier initiatief en dankzij een nauwsluitende combinatie van subsidies en fiscale aftrek.

Politiek debat
De zorgen over de continuïteit van het noodzakelijke onderhoud zijn echter weer toegenomen door de onzekerheid over de gevolgen van mogelijke wijzigingen in het erfgoedbeleid. Binnenkort geeft minister Van Engelshoven daarover meer duidelijkheid. De Vaste Kamercommissie voor OCW spreekt op 30 mei over het Cultuurbeleid en de extra investeringen. De initiatiefnemers voor het onderzoek vragen de resultaten die voortkomen uit het onderzoeksrapport daarbij te betrekken.

Het rapport legitimeert met name een extra impuls van de rijksoverheid voor groene monumenten en de handhaving van de huidige fiscale aftrekmogelijkheden voor onderhoud aan rijksmonumenten.

Bron: Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen (VPHB) http://www.vphb.nl/wordpress/