Regioverhalen

Regioverhaal adellijke landgoederen in oosten

Loevestein, vechten tegen het water

De ligging, precies op de grens van Gelre en Holland, en functie maken Loevestein bijzonder. Woesteling Dirc Loef van Horne, bouwde rond 1360 op dit eilandje de eerste woontoren; zo uitgekiend dat de graaf van Holland het alleen over gebied van Gelre kon bereiken. Het mocht niet baten, vanaf 1372 gebruikte de graaf van Holland Loevestein als grenskasteel met een militaire functie.

Het kasteel Loevesteyn, J. Hilverdink del., 884 (nummer 1554 – 1505-XI-21f, Gelders Archief)

Militaire functie
De militaire functie heeft het kasteel altijd behouden, met name door de vestingwerken die Willem van Oranje liet aanleggen. Intussen was het kasteel eigendom van de Republiek geworden en werd gebruikt als staatsgevangenis voor politieke en religieuze dissidenten. Doordat Loevestein deel uitmaakte van de Hollandse Waterlinie heeft het tot 1951 een militaire functie gehouden. De kastelein, later de compagniekapitein, woonde in de riddertoren. In de vertrekken werden zowel soldaten ondergebracht als wapen en gereedschappen opgeslagen. Later veranderde Loevestein in een heus soldatendorp, doordat er nieuwe barakken kwamen voor de soldaten en hun families. Door de ligging was, en is, de vesting bij hoog water geheel van de buitenwereld afgesloten. Dit noopte tot het zelf verbouwen van eten en houden van vee. Kinderen, en ook volwassenen, kregen onderwijs van een schoolmeester. 

‘op zo’n drijfnatte, rotte, druipende, stomende spons van een land had ik niet gerekend. Je kunt net zo goed je leven op een lek schip doorbrengen ….’

Strenge regels op Loevestein
Vanwege het vele opgeslagen kruit golden er strenge regels om de kans op brand zo klein mogelijk te houden. Er was een rookverbod in de open lucht. Kippen, eenden, honden en duiven mochten niet loslopen. Hooi, stro en takken mochten niet in het fort opgeslagen worden. Onbevoegden mochten niet in de buurt komen van de opslagplaatsen en de gekoelde as die overbleef in de kachels moest buiten het fort gestort worden. 
Op momenten dat het kruit gelucht werd, golden nog strengere regels.
De vochtigheid in de grond is erger dan ik verwacht had, ik wist natuurlijk dat het hele gebied laag en nat was [..] maar op zo’n drijfnatte, rotte, druipende, stomende spons van een land had ik niet gerekend. Je kunt net zo goed je leven op een lek schip doorbrengen ….

Lasten van het water
De ligging, geheel omsloten door water, heeft meer hoofdbrekens gekost dan de vijand. Denk aan hemelwater, rivierwater, kwelwater, ijsschotsen. Bij hoog water liep het water gewoon het fort in. De verwoestende werking van de Waal zorgde in de winter voor ernstige schade aan de contrescarpe, overstromingen waren eerder regel dan uitzondering. Ter voorkoming werd er een vlechtwerk van rijshout versterkt met aarde en steen aangebracht, dat de rivier liet afbuigen. Ook de gebouwen hadden vaak te lijden. Stormschade kwam regelmatig voor. Vorst beschadigde dakpannen en metselwerk. Voor de bewoners was de eeuwige overlast van het vocht een permanent probleem. Zelfs bij een lage waterstand waren de kelders vochtig, bij hoog water liepen ze vol. Het riooltje, waardoor het water afgevoerd moest worden, was regelmatig lek of verstopt, en zorgde dan ook nog voor verschrikkelijke stank.