locatie
Waar
Straal

Adres:
Regelinklaan 3
 
7255 DA Hengelo
Tel:
Eigenaar:
huis is te koop
Oppervlakte:
5
Huis:
Nee
Tuin:
Nee
Horeca:
Onbekend
Horeca besloten:
Onbekend
Rolstoel toegankelijk:
Onbekend
OV bereikbaar:
Onbekend
Parkeren:
Onbekend
Wandelroute(s) aanwezig:
Onbekend
Fietsroute(s) aanwezig:
Onbekend
Ruiterroute(s) aanwezig:
Onbekend
Honden:
Onbekend
Honden mogen loslopen:
Onbekend
NSW:
Onbekend

‘t Regelink

Hengelo – Gelderland

‘t Regelink is van oorsprong een 14de-eeuwse boerderij. Uit die tijd is weinig bekend. In 1650 wordt een Jonker van Leeuw als eigenaar genoemd en twee eeuwen later is de familie Willink eigenaar van het huis. In 1832 koopt Jacob Adolf baron van Heeckeren van Enghuizen het huis. Die laat het huidige huis bouwen en van dan af kan men spreken van het landgoed het Regelink. De vader van Jacob bezat het kasteel Enghuizen bij Hummelo. Zijn moeder was een dochter van een Nassau de la Lecq, uit een bastaardtak, die van Maurits afstamde. Uit dien hoofde erfde ze de Beverweerd bij Odijk. Jacob werd kennelijk niet waardig geacht om deze kastelen, of één er van, te erven, want die gingen naar een jongere broer. Jacob trouwde in 1827 in Zelhem met een meisje uit de streek, Henrica Bernarda Hummelinck. Het verhaal gaat dat Jacob, omdat hij onder zijn stand trouwde, onterfd werd en net voldoende geld meekreeg om het Regelink te bouwen. Zijn jongere broer zou hem in het geheim geholpen hebben met de bouw en het onderhoud. De (inmiddels verdwenen) beelden in de twee nissen waren oorspronkelijk een man en vrouw, een eerbetoon aan de ware liefde. Jacob en Bernarda hebben niet lang van ‘t Regelink mogen genieten. Al na een paar jaar komt Jacob te overlijden. Bernarda verkoopt het Regelink na de dood van Jacob. Via een koopman uit Hengelo komt het landhuis in het bezit van de familie de Veye, die het landgoed tientallen jaren heeft bewoond, maar dan gaat het huis van hand tot hand. In het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog komt de secretaris van de Koningin, die zelf gevlucht is naar Engeland, naar ‘t Regelink. In de eerste week dat hij hier is valt hij, na een jaar van uitputting, dood in de tuin neer. Zijn echtgenote brengt hier de rest van de oorlogsjaren door. Ook is het huis een aantal jaren bewoond door een sekte gespecialiseerd in transcendente meditatie, die cursussen geven en, om in het levensonderhoud te voorzien, in gestolen auto’s handelen. Ook hebben er alleenstaande mannen, die terugkwamen van de commerciële vaart, gewoond en is het huis als soort sociale huisvesting gebruikt (in deze tijd woonden er meer dan 50 mensen in het hoofdgebouw). In de jaren 80 wordt het landgoed verkocht aan het echtpaar Cornelissen, dat het huis als hotel/pension exploiteert. Zij zorgen ervoor dat het hoofdgebouw en het koetshuis weer in één hand komen.