Huiselijk Muziekmaken in de achttiende-eeuwse Republiek

juni 2019, Joris van Son

Hoe kan een verstandig man genoegen hebben in eene vrouw, die den geheelen dag aan muzyk, zangeressen, en Snaarspeelers denkt? en derhalven den geheelen dag zig opschikt, voor het Clavier zit, en haar huishouden, man, en kinderen vergeet?
“Brief over de Zedelyke Opvoeding der Kinderen,” De Denker nr. 140, Amsterdam, 2 september 1765.

Deze passage uit het Amsterdamse tijdschrift De Denker zegt iets over de positie van muziek in de Nederlandse Republiek. Het huishouden en de opvoeding van kinderen worden hier gezien als de primaire taken van de gehuwde vrouw. Muziek is slechts een plezierig maar vooral onproductief tijdverdrijf. Men zou dan kunnen denken dat er in de achttiende-eeuwse Republiek thuis weinig muziek werd gemaakt. Maar aannemelijker is het tegenovergestelde: juist omdat er binnenshuis veel muziek klonk, werd het bejegend in de moralistische literatuur.

Voor mijn masterscriptie heb ik gekeken naar de rol van muziek in Nederlandse huizen in de achttiende eeuw, met name in adellijke kringen. Mijn doel was om een kritische bespreking te geven van eerder onderzoek naar het onderwerp en een opzet te geven voor vervolgonderzoek. In dit artikel licht ik hier een aantal aspecten van uit. De geïnteresseerde lezer kan hier mijn volledige scriptie raadplegen (in het Engels).

Het Bätzorgel op Kasteel Amerongen

Vanaf de tachtiger jaren heeft onderzoek in Nederland zich gericht op drie adellijke families, namelijk de families Van Reede, Van Tuyll van Serooskerken en Van Wassenaer Obdam. Telkens komen verschillende aspecten van het huiselijk muziekleven aan bod, zoals muziekles, dans en de verzameling van bladmuziek. De focus ligt vooral op het in kaart brengen van historische feiten – niet zozeer het waarom van het musiceren. Dat zien we wel als we kijken naar recentelijk onderzoek naar huiselijk muziekmaken in het achttiende- en negentiende-eeuwse Engeland. Daarin is er meer aandacht voor hoe muziek functioneerde als sociaal smeermiddel en als iets waarmee individuen uitdrukking gaven aan hun identiteit. Deze benadering vormt het vertrekpunt van mijn scriptieonderzoek.

Bij de familie Van Reede thuis moet op Kasteel Amerongen veel muziek geklonken hebben. Met Annebet van Tuyll (1745–1819) en haar fluitspelende echtgenoot, Frederik Christiaan Reinhard (1743–1808), brak er een muzikale bloeiperiode aan. Muziek en dans waren dan ook een belangrijk onderdeel van de adellijke opvoeding – zo ook voor de kinderen Van Reede. Maar waar de vrouwen zich vooral toelegden op toetsinstrumenten als het klavecimbel, was het alleen voor de mannen geaccepteerd om blaasinstrumenten als de hobo ter hand te nemen. Opmerkelijk is dat de familie in 1766 een Engels klavecimbel aanschaft van de vooraanstaande Londense bouwer Jakob Kirckman. Samen met hun verzameling Engelse bladmuziek kunnen we dit zien als een manier waarop de Van Reedes zich relateerden aan hun Britse adellijke achtergrond. 

Muziekcollectie op Kasteel Amerongen

Wat de familie Van Tuyll betreft weten we veel over de muzikale bezigheden van Belle van Zuylen (1740–1805). Hoewel zij tegenwoordig voornamelijk bekend is als schrijfster, was ze ook muzikaal zeer bevlogen. In circa 200 brieven van Belle krijgen we een persoonlijke kijk op de rol van muziek in haar leven. Zo schrijft ze in 1786 dat ze “elke dag zes of acht of tien uur aan het klavecimbel” zit, hetgeen in schril contrast staat tot de geciteerde passage uit De Denker. In een terugblik op haar leven schrijft Belle in 1800 zelfs “ik heb nooit iets serieus gestudeerd behalve muziek.” Dit suggereert dat muziek voor haar niet zomaar plezierig tijdverdrijf was, maar een serieuze obsessie; een manier waarop ze zich verzette tegen gendernormen destijds.

Portret van Belle van Zuylen door Jens Juel (1777)

In mijn scriptie heb ik uiteenlopende manieren belicht waarop muziek een rol speelde in de achttiende-eeuwse Nederlandse wooncultuur. Een aantal daarvan is hier aan bod gekomen: muziekmaken als onderdeel van de opvoeding, als bevestiging van heersende gendernormen, als uitdrukking van Britse identiteit en – in het geval van Belle – wellicht als een ware roeping. Daarnaast zijn er vele mogelijkheden voor vervolgonderzoek. Waar ik bijvoorbeeld niet op ben ingegaan is muziekmaken thuis bij de familie Van Wassenaer. Er is dan ook relatief weinig onderzoek gedaan naar hun muziekcollectie op Kasteel Twickel. Dat wil ik graag gaan bestuderen voor mijn beoogde promotieonderzoek.