Engelengeduld en liefde verrijken Huis Amerongen

Huis Amerongen

Al 40 jaar Engelen van Amerongen

Soms lijkt het alsof de bewoners in een andere kamer zijn of even de deur uit. Iets op Huis Amerongen geeft je het gevoel alsof hier nog altijd wordt gewoond. Josien Verdegaal en Reiny Muller herkennen dit gevoel. Huis Amerongen is namelijk voor hen ook een thuis; zij maken deel uit van het warm kloppende hart dat zorg draagt voor dit prachtige ensemble. Josien is textielrestaurateur en chef de equipe voor het behoud van de aanwezige textiele materialen. Reiny is al jaren nauw betrokken bij het reilen en zeilen op Amerongen. Josien vertelt me waarom Amerongen zo’n goed ensemble vormt; “toen het huis in 1979 werd verkocht, gebeurde dit met inboedel en al. De gordijnen hingen aan de roedes en zelfs het beddengoed lag nog op de bedden.

– De Engelen herstellen de Potsdamer gordijnen –

Graaf Bentinck had oog voor mooie stoffen en hij vond het van groot belang er goed voor te zorgen. Een aantal gordijnen werd geschonken door de laatste Duitse keizer en kwamen uit diens paleis te Potsdam. Na de verkoop van Huis Amerongen, drong direct het besef door dat alle textielelementen in huis bijzondere zorg vroegen. Textielrestauratoren zijn in onze tijd dun gezaaid. In die tijd was dat al helemaal het geval. Daarom stelden de overheid en het centraal laboratorium (een voorloper van wat nu Instituut Collectie Nederland heet en onderdeel is van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) begin jaren ’80 voor om restauratielessen te gaan geven aan een klein groepje vrijwilligers. Zo werd een hemelbed op de Menkemaborg hersteld en restaureerde men voor Geldersch Landschap & Kasteelen een set eetkamerstoelen op de Cannenburgh te Vaassen. De lessen – of trainingen – zijn overzichtelijk en ingekaderd. Men wordt dus niet opgeleid tot amateurrestaurator, maar leert basistechnieken en vanuit welk perspectief er gewerkt wordt: het conserveren van het textiel.”

Josien vertelt verder: “Textiel is alles. Het is beeldbepalend en verreweg de grootste verbindende factor binnen alle interieurs – zowel oude als nieuwe. Wat Amerongen het gevoel geeft dat hier alles klopt, komt omdat alles in huis nog compleet is; de ziel zit er als het ware nog in en de tastbaarheid ervan maakt het gewoonweg uniek. In vele historische interieurs – liever gezegd: historiserende interieurs – is een verzameling van objecten en materialen die bij elkaar een indruk geven van hoe het zou kúnnen zijn geweest. Maar dit hier is altijd bij elkaar geweest. De meubels hebben altijd naast elkaar gestaan en de gordijnen hebben hier altijd gehangen. In de grote zaal werd gepraat, een spelletje gedaan, gelezen, gelachen. Hier is geleefd, gewoond.”    

“Activiteiten als borduren, quilten, breien en naaien lijken nu naar de achtergrond te zijn verdrongen.  Tegenwoordig nog meer dan vroeger, maar nog steeds is een grote groep mensen graag met textiel bezig. Het is rustgevend, je maakt iets moois. Dat blijft aanspreken, ook al veranderen de tijden. We zijn destijds begonnen met vijf, zes vrijwilligers. De motivatie was toen anders, dat is wel merkbaar. Men deed vrijwilligerswerk voornamelijk vanwege de sociale interactie. Nu zijn het vaak daadkrachtige types die hier komen om echt even de handen uit de mouwen te steken. Fantastisch natuurlijk, maar het vergt een andere begeleiding.”

Reiny valt Josien bij: “Er is nu minder aandacht voor handwerken en dergelijke, men heeft het druk en de media nemen ook een hoop tijd in beslag. Maar toch is er een constante groep van liefhebbers. We hebben nu zo’n 25 dames die hier als vrijwilliger werken en zelfs een wachtlijst met 10 personen. Ook jonge mensen zijn belangstellend. We zouden het liefst iedereen inzetten maar dat is helaas nog niet haalbaar.”

Inmiddels werken de Engelen aan diverse projecten, in hun eigen kamer, met een prachtig uitzicht op de tuin. De kamer heeft een aantal lange tafels met daarop houten bokken. Op de bokken liggen vijf meter lange gordijnen en aan de tafels zit een groepje vrijwilligers. Een prachtig gezicht. De dames zitten in volkomen rust – met een variëteit aan leesbrillen en ander focusgarnituur op de neus – geconcentreerd de pietepeuterigste draden door het stof te weven. Om stevigheid te geven. Het gaat hierbij niet om vernieuwen, maar om het ondersteunen en borgen van hoe het nu is. Josien laat me een aantal lange gordijnen zien, van rozerode zijde met Franse lelies erop. Langs de randen is de stof afgezet met franje en een soort cloches met kleine strikjes. Zoveel detail! “Deze gordijnen komen van Kasteel De Haar. Omdat we veel ruimte en capaciteit hebben, kunnen we dit soort projecten ook oppakken. Drie dagdelen per week zijn er drie groepen van zo’n acht Engelen aan het werk.” Volkomen toegewijd, dat is de indruk die me treft. Een van de vrijwilligers heeft twee brillen op het puntje van haar neus. Ze is bezig met dunne draden in de lengte door de stof te rijgen, waarmee het materiaal houvast krijgt. Ieder speldenprikje wordt op een goudschaaltje gewogen, want elk gaatje is onomkeerbaar. Een ander laat me zien hoe ze stof verstevigt met draden in de breedte. Een monnikenwerk. Echt werk voor mensen met engelengeduld…

“Kom, ik laat je de Koningskamer zien.” We lopen van het restauratie-atelier naar de voorzijde van het Huis. De kamer is volledig verduisterd en Josien trekt de gordijnen voorzichtig open. Een streep zonlicht valt naar binnen en de kleuren worden zichtbaar. Het hemelbed is schitterend gestoffeerd, exotisch. In deze kamer is alles bont! “Deze gordijnen hebben we versterkt en er een laagje ragfijne tule overheen gelegd, om ze tegen aanraking te beschermen. Je wordt vanzelf heel erg vindingrijk, ook omdat we er al zo lang mee bezig zijn. De doelstellingen van Huis Amerongen werken eigenlijk rechtstreeks tegen het materiaal. Textiel heeft te lijden van zonlicht,  van motten en ander gespuis, maar vooral van stof dat gegenereerd wordt door mensen, beweging, aanraking, onrust, feitelijk dus door bezoekers. En dat is natuurlijk een spanningsveld waarmee we moeten werken, want zonder bezoekers wordt het niks. Maar ik ben ervan overtuigd dat we het tij nu mee hebben. Amerongen heeft het echt heel zwaar gehad. Er waren tijden dat we met lege handen stonden en er maar het beste van moesten maken. Maar nu is de lijn opwaarts. Er is een mooie subsidie ontvangen, we werken met geweldige vrijwilligers en er is een nieuw hoofd Huishouding.  We gaan beginnen met een nieuwe interne opleiding om zo weer een impuls te geven. We verwachten zelfs in de komende drie à vier jaar de Grote Zaal te kunnen herstellen. Dat is een geweldig vooruitzicht! Het is zaak om met alle afdelingen in gesprek te blijven, om een balans te bewaken en een duurzame koers te varen. Zodat Amerongen nog maar lang Amerongen mag blijven!”