Elsenburg de verdwenen buitenplaats. Het ontstaan van het buitenleven aan de Vecht

Jan Simonis, Jaap Kottman en Hans van Bemmel (red.), Elsenburg de verdwenen buitenplaats. Het ontstaan van het buitenleven aan de Vecht, Hilversum 2020

Onlangs verscheen een studie over de verdwenen buitenplaats Elsenburg, die ooit langs de Vecht bij Maarssen stond. Op die bewuste plek zijn drie huizen geweest die deze naam hebben gevoerd. Het laatste Elsenburg (III) verdween voorgoed in 1812 en leek eerder op een paleis. Dit monumentale huis werd in opdracht van de Amsterdamse patriciër Jan de Witt gebouwd. De auteurs maken het aannemelijk dat dit een ontwerp moet zijn geweest van Abraham van der Hart, stadsbouwmeester van Amsterdam. Dit blijkt uit archiefonderzoek en stijlvergelijkingen. Met name dit bouwkundige onderdeel van het boek omvat boeiende en lezenswaardige informatie. Verder bevat het boek onderwerpen, zoals projectontwikkeling in de Vechtstreek, de sociale demografie van Maarssen, hofdichten en wat dies meer. Waardevol zijn de bijdrages over de voor de Vechtstreek belangrijke Amsterdamse projectontwikkelaar Joan Huydecoper en zijn nakomelingen. Zij domineerden dit gebied en hun rol is nog altijd niet goed onderzocht. 

Wel zijn er kritische noten. Zo mis ik een toelichting op de professionele achtergronden van diverse auteurs. Hierdoor weet de lezer niet op grond van welke expertise de bijdrages tot stand zijn gekomen. Voorts heb ik inhoudelijk mijn twijfels bij het exposé over de zogenaamde behoefte aan sociale stijging van de Amsterdamse kooplieden. De gedachtegang dat gefortuneerde kooplieden zich als adel voordeden, doet al jaren opgeld in de literatuur. Ik vraag mij hierbij af of dit wel zo algemeen geldend was. Immers de koopman vormde een eigen stand met genoeg geld en aanzien, waarbij het hun in dit boek toegedichte adellijk kopieergedrag een makkelijke manier is van het duiden van hun mogelijke behoefte aan sociale stijging. Geld maakte uitgaves aan hun representatieve buitens mogelijk en ze creëerden hierbij eerder burgerlijke vormen dan zoals edelen hun huizen vormgaven. Daarbij komt dat de adel in die tijd wat neerkeek op kooplui. Nergens in Europa profileerden rijke burgers zich zoals dat in ons land is gebeurd, met uitzondering van Venetië en rondom sommige Zwitserse steden. Los van dit alles is het de vraag of de adel wel als voorbeeld diende. Door hun verdwijnen in Holland speelde ze maatschappelijk, zeker in Amsterdam, een mindere rol. Tijdens de 17de eeuw zal de zelfbewuste en goed opgeleide koopman zich vooral op eigen standgenoten hebben gericht.  

Overigens was de Vecht niet de enige rivier waarlangs buitenplaatsen werden opgericht. Ze ontstonden langs de vele rivier- en trekvaartoevers. Dit wordt in het boek nauwelijks opgemerkt waardoor de gedachte kan ontstaan als zou de Vecht uniek zijn geweest. Tot slot krijgt de opkomst en het verdwijnen van de buitenplaatscultuur, toegespitst op die van de Vecht, aandacht in een chronologisch overzicht. Soms wordt hierbij een gedachte tot waarheid verheven. Zo is de redenering als zouden de buitenplaatsen in de loop van de 18de eeuw al volop op hun retour zijn, in zijn algemeenheid niet houdbaar. Die eeuw geldt als de eeuw van buitenplaatsen bij uitstek. Ze werden juist in die tijd nog volop aangelegd of verfraaid met heerlijke (formele) tuinen. Dit ging tot 1785 door; de elite bezat meestal wel een vorm van buitenleven, tot er tegen het einde van die eeuw de klad in kwam.  

Het boek bestaat uit een aantal bijdragen van verschillende auteurs. Jammer is ook de overlap zowel inhoudelijk als in afbeeldingen. Architectuurliefhebbers kunnen echter meer te weten komen over de opkomst en ondergang van Elsenburg I, II en III. RD

Elsenburg de verdwenen buitenplaats. Het ontstaan van het buitenleven aan de Vecht verscheen bij Uitgeverij Verloren en is een gebonden uitgave. Het telt 228 pagina’s en is met kleurenfoto’s verlucht. 

ISBN 978 90 8704 834                                                     Prijs: € 25,-