De restauratie van Raadhuis De Paauw te Wassenaar: een Pruisisch zomerpaleis in ere hersteld

door Dominique Vermeulen, bouwhistoricus bij Wevers & van Luipen, Restauratiearchitecten & Bouwhistorici

De meeste mensen kennen Huis De Paauw als een typische, witgepleisterde buitenplaats, waarvan de symmetrische voorgevel zichtbaar is vanaf de Rijksstraatweg (N44) tussen Den Haag en Leiden. Al bijna honderd jaar is Huis De Paauw in gebruik als raadhuis van de gemeente Wassenaar. Onlangs heeft de gemeente de buitenzijde van het gebouw grondig gerestaureerd met inzet van traditioneel vakmanschap en gebruik van natuurlijke materialen. Door het herstel van de midden-negentiende-eeuwse kleurstelling – zandsteentinten met vergulde accenten – komt de geschiedenis van het gebouw als voormalig zomerpaleis van prins Frederik der Nederlanden (1797-1881) en prinses Louise von Hohenzollern in volle glorie tot uiting.

De voorgevel van Huis De Paauw voor de restauratie ©R. Kuilboer

Restauratie in natuurlijke materialen

Aanleiding voor de restauratieve werkzaamheden was de technische staat. Bij de opname bleek dat meer aan de hand was dan enkel onderhoudsachterstand. Het merendeel van de gebreken was te herleiden tot het gebruik van verkeerde bouwmaterialen bij eerdere, met name naoorlogse werkzaamheden. Onder invloed van de woningnood en de opkomst van de chemische industrie is de nadruk in de bouwpraktijk steeds meer komen te liggen op het versnellen van de bouwtijd. Hierdoor kwam zowel in de nieuwbouw als in de restauratiepraktijk het zwaartepunt steeds meer te liggen op gebruik van synthetische materialen en minder op traditionele ambachten. Traditionele materialen, zoals lijnolieverf en kalkgebonden mortels, hebben een vochtregulerend vermogen. Hierdoor kan de constructie als het ware ‘ademen’. Moderne materialen werken meer zoals een synthetische regenjas. Het werkt goed zolang de constructie intact is, maar wanneer er eenmaal vocht in de constructie zit, kan dit er niet meer uit. Zo is bij De Paauw, vermoedelijk in de jaren ’80, de gehele gevel overschilderd in een chloor-rubberverf; een synthetisch product dat ook voor waterdichting van zwembaden en boten wordt toegepast.   

Bij de restauratie van De Paauw is de principiële keuze gemaakt om van deze synthetische ‘nieuwbouwmaterialen’ af te stappen en bij het herstel zoveel mogelijk de oorspronkelijke, natuurlijke materialen te gebruiken. Zo is de cementpleister vervangen door een luchthardende kalkpleister, conform de oorspronkelijke samenstelling. Niet geheel verrassend in de kustregio wees laboratoriumonderzoek uit dat dit uit duinzand en schelpkalk bestond. Het houtwerk werd opnieuw geschilderd met een oplossingsmiddelvrije lijnolieverf, een natuurproduct uit Zweden.

De voorgevel van Huis De Paauw na de restauratie ©R. Kuilboer

Restauratievisie: Paleis De Paauw

De eerdere werkzaamheden hadden ook grote impact op de verschijningsvorm van het gebouw. Het gebouw had enorm aan uitstraling ingeboet. Niet alleen was het gebouw in de loop der tijd van een nogal wit-grijze kleurstelling voorzien, ook waren door de dikke lagen verf de subtiele kwaliteiten van profileringen, ornamenten en bouwsculpturen vervlakt. Parallel aan diverse technische onderzoeken is dan ook eerst een restauratievisie opgesteld. Uit de bouwgeschiedenis bleek dat De Paauw zijn huidige verschijningsvorm verkreeg na een grootscheepse verbouwing van het huis en modernisering van het park door prins Frederik in de jaren 1857-1859. In de restauratievisie is daarom gekozen voor herstel van de verschijningsvorm uit de tijd van prins Frederik. Zo komen de hoogtijdagen van Paleis De Paauw opnieuw tot leven. Voorafgaand aan de restauratie verrichtte Judith Bohan uitgebreid kleurhistorisch onderzoek. In het midden van de negentiende eeuw was een rijk palet aan zandsteenkleuren en verguldingen op de ornamenten gebruikt. Uit restanten van het oorspronkelijke pleisterwerk bleek bovendien dat dit met een kam was bewerkt, waardoor het de frijnslag van natuursteen imiteert. Het beeld dat hierdoor ontstaat moet niet alleen nu, maar ook in het midden van de negentiende eeuw uitzonderlijk zijn geweest in Nederland in het algemeen en binnen het buitenplaatsenlandschap in het bijzonder.

De Paauw onder prins Frederik en prinses Louise

Toen het prinselijk paar De Paauw in 1838 kocht, bestond het uit een rechthoekig huis dat aan weerszijden was omgeven door nutstuinen. Onder de vorige bewoner, minister van Waterstaat Adriaan Pieter Twent, was een begin gemaakt met een landschappelijke aanleg. In 1838 lieten Frederik en Louise het klassieke huis met twee dwarsvleugels uitbreiden door Jan David Zocher jr., waardoor een strakke, neoclassicistische buitenplaats ontstond. De belangrijkste bouwfase vond echter plaats tijdens de jaren 1850, toen De Paauw van een Hollandse buitenplaats in een volwaardig Pruisisch paleiscomplex werd getransformeerd. Hiertoe nam het prinselijk paar twee Pruisische ontwerpers in dienst om een ambitieus project te realiseren: de samenvoeging tot één groot landschapspark van de omliggende landgoederen die de prins na verwerving van De Paauw had verzameld. Tuinarchitect Eduard Petzold zag toe op het verfijnen van de landschappelijke aanleg, onder andere door de creatie van een Umfahrungsweg die lange rondritten door het park mogelijk maakte.

De achtergevel van Huis De Paauw na de restauratie ©D.C. Vermeulen

Internationaal kaliber

Als architect en kunstintendant koos het prinselijk paar de jonge Berlijnse architect Hermann Wentzel. Hij had daarvoor gewerkt onder hofarchitect Friedrich August Stüler, Pruisens belangrijkste architect na Karl Friedrich Schinkel. Wentzel was geheel in de traditie van Schinkel opgeleid en was thuis in diens ontwerpen die hij veelal voor het Pruisische Hof had gemaakt. Dit was nu nét de architectuur waarbij prins Frederik en Louise zich thuis voelden. De twee vorsten waren beiden in Berlijn geboren en getogen. Frederik was de tweede zoon van de latere koning Willem I, die toen in ballingschap bij zijn Pruisische familie verbleef. Louise was zijn nichtje en de jongste dochter van de Pruisische koning. Na hun huwelijk in 1825 bevonden zij zich in het midden van de Europese dynastieën. Hun oudste dochter Louise werd koningin van Zweden en Noorwegen. Gedurende hun leven onderhielden zij nauwe banden met de hun nauw verwante Hohenzollern. Op De Paauw ontvingen zij vele gasten uit koninklijke kringen, waaronder de keizerin-moeder van Rusland, vele Pruisische prinsen en de zoon van de Japanse keizer. Binnen de familie Oranje-Nassau speelde prins Frederik een verbindende rol als – in woorden van zijn biograaf – ‘Gentlemen naast de troon’.

Zuilenportaal met muzenbeelden ©R. Kuilboer

De Pruisische architectuur van Hermann Wentzel

Tijdens de restauratie is gebleken dat de architectonische invloed van Wentzel veel groter was dan voorheen werd aangenomen. Zo liet hij rond 1857-1859 de twee dwarsvleugels van Zocher afbreken, om deze vervolgens te herbouwen. Daarbij werd het paleiscomplex in de lengterichting uitgebreid met een balzaal (de huidige raadzaal), het door muzen bekroonde zuilenportaal en een vleugel met gastenvertrekken. Bijzonder is dat de ornamentele hekwerken, rozetten, palmetten, muzenbeelden en de vijf pauwen hoog boven in de voorgevel bestaan uit gietzink dat in Berlijn werd vervaardigd. Zink als bouwmateriaal werd destijds in Nederland nog maar mondjesmaat toegepast, maar het was in Berlijn, mede door de invloed van Schinkel en zijn volgers, op haar artistiek-architectonisch hoogtepunt.

Gietzinken pauw voor en na de restauratie ©R. Kuilboer

Ook in stilistisch opzicht is de architectuur van Wentzel typisch Pruisisch. De toegepaste beeldengroepen zijn naar analogie van de hofarchitectuur in Potsdam en Pruisen gemaakt. Zo komen dezelfde vier muzenbeelden voor op de grote fonteinaanleg van Sanssouci en de strijdergroepen die voor de Prinsessetuin werden geplaatst, zijn ook op de Schlossbrücke in Berlijn te zien. Bijzonder daarbij is te beseffen dat de beeldengroepen niet als latere kopieën, maar gelijktijdig tot stand kwamen. Deze toepassing van Pruisische architectuur zet zich ook in het interieur door.

Door de architectonische verrijking van Wentzel in opdracht van prins Frederik en prinses Louise werd De Paauw van een Hollandse buitenplaats getransformeerd in een Pruisisch zomerpaleis met internationale allure. In opdracht van de gemeente Wassenaar en met financiële ondersteuning van de provincie Zuid-Holland is dit voor Nederland unieke gebouw nu gerestaureerd en wederom in al haar finesses te bewonderen.