De Jacht. Een cultuurgeschiedenis van jager, dier en landschap

Deze uitgave van de werkgroep Adelsgeschiedenis gaat in zijn geheel over de jacht. De auteurs nemen hierbij geen positie in voor of tegen de jacht, maar gaan vooral in op de historische achtergronden waarop dit gebruik of traditie berust. Het beschrijft en duidt dit fenomeen vanuit een historisch perspectief. Vanuit dit startpunt beschrijven de auteurs talloze aspecten die met de jacht en haar vaak markante beoefenaren samenhangen. De eerste bijdrages raken geschiedenissen uit de late middeleeuwen of de vroege 17de-eeuw om zo via allerlei tijdspannen en met mooie verhalen in de 20ste eeuw uit te komen. Zestien auteurs droegen vanuit allerlei disciplines onderzoek aan, waardoor een rijke en gedifferentieerde bundel is ontstaan. In talloze verhalen wordt duidelijk hoe de elite zich vereenzelvigde met dit voorrecht. Overigens waren er uiteenlopende jachtsoorten: op klein wild, op zwijnen en reeën, met roofvogels op vogels en er werd gevinkt. Op die laatste ‘sport’ werd door edelen wat neergekeken. De Van Lenneps in Heemstede waren destijds vermaarde vinkers. Overigens werden die vinken en ortolanen ook gevangen om te eindigen op een dinertafel.         

Het boek is in drie delen verdeeld. Een eerste deel met bijdrages van onder andere Conrad Gietman, Aafke Brunt en Redmer Alma hebben betrekking op onderwerpen die de jacht en de elitecultuur raken. Een van die bijdrages is van Pieter Bijster die ingaat op het obsessieve jachtgedrag van koning-stadhouder Willem III. In het tweede deel wordt ingegaan op het landschap en de verbeelding. Hierin geeft onder andere Hans Renes een interessante bijdrage over zogenaamde wildparken, die vaak eeuwenlang voor de jacht zijn bedoeld en benut. Het was doorgaans elitebezit, die daar al genietend wild schoot voor de eigen keuken of dat van vrienden en familie. Overigens waren er geregeld spanningen tussen jagende edelen en rijke burgers die zich dit voorrecht toe-eigenden. Tussen die standen ontstonden met name over de jacht en jachtrechten regelmatig spanningen en ruzies. Daarover levert Yme Kuiper een interessante bijdrage die zich toespitst op de hazenjacht in Holland en Friesland. In deel drie belanden wij in latere tijden waar de burgers aan stropen doen, over jachtrechten wordt gediscussieerd en waar tijdens de 20ste eeuw het debat over de jacht en de daarmee samenhangende privileges volop op gang komt. Met een bijdrage van Eugenie van Heijgen eindigt dit boek. Haar stuk kreeg als titel: ‘De jager of de bejaagde? De ontwikkeling en rol van de jager in het jachtdebat’.  

Dit boek biedt veel informatie als men kennis zoekt naar het hoe en waarom van de jacht, de daarmee samenhangende tradities en maatschappelijke groepen die zich met deze activiteiten bezighouden. Daarmee krijgt de doorgaans emotionele discussie over dit onderwerp een historische dimensie die kan bijdragen aan een betere visie op een eeuwenoud, van oorsprong elitair gebruik in Europa. RD 

De Jacht. Een cultuurgeschiedenis van jager, dier en landschap verscheen bij Uitgeverij Verloren is verschenen in de reeks Adelsgeschiedenis (deel XX). Het telt 382 pagina’s en heeft een nuttige index.  

Conrad Gietman e.a. (red.), De Jacht. Een cultuurgeschiedenis van jager, dier en landschap
ISBN 978 9087 049 201
Prijs € 29,–