De buitenplaats en het Nederlandse landschap “tien jaar later”

door Marina Laméris, auteur van het boek De Buitenplaats en het Nederlandse landschap

10 jaar geleden was ik Alice in Wonderbuitenplaatsland. Samen met fotograaf Roel van Norel bezocht ik honderden buitenplaatsen voor het boek “De buitenplaats en het Nederlandse landschap”, dat we maakten in opdracht van de Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012. Het was één groot feest. Dit jaar is het thema “ode aan het landschap”. De unieke diversiteit van het Nederlandse landschap staat in de schijnwerpers. Een goede aanleiding om terug te kijken op onze ‘ode aan het buitenplaatsenlandschap’ van een decennium geleden.

Landgoed Eyckenstein in Maartensdijk

Schoonheid en belang van buitenplaatsenlandschap
In 2010 was ons doel om aandacht te vragen voor de schoonheid en het belang van het buitenplaatsenlandschap. We wilden in woord en beeld uitdrukken hoezeer het Nederlandse landschap gevormd is door de buitenplaatscultuur. We brachten het gesprek op gang over thema’s als ‘te nat of te droog’, ‘exoten en inheemse bomen’ en de onlosmakelijke relatie tussen cultuur en natuur op de buitenplaats.

Toen gaven boek en themajaar een impuls aan onze gesprekken over nut en noodzaak van het behoud en verantwoord beheer van de buitenplaatsen. Nu, tien jaar later, vragen we ons af wat is er in de afgelopen jaren bereikt of veranderd is. Daarover spreek ik in deze en de volgende nieuwsbrief met René Dessing, initiator en voorzitter van de Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012 en thans voorzitter van de sKBL, Otto van Boetzelaer, landgoedeigenaar en bestuurslid van de sKBL, Natascha Lensvelt, specialist tuinen en parken van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Marjolein Sanderman, beleidsadviseur erfgoed bij de gemeente Rheden en eveneens bestuurslid van sKBL, en Henk Dijkstra, adviseur erfgoed en monumentenzorg van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Zij waren tien jaar geleden betrokken bij het themajaar en trappen nu af in dit themajaar.

Het Capitool op buitenplaats Schaep en Burgh in ’s Graveland

Nationale regie nodig
“Tien jaar geleden was het mijn missie om het begrip ‘buitenplaats’ bekend te maken. Het is nu misschien niet voorstelbaar, maar er was toen weinig kennis over buitenplaatsen en hun problemen,” zo start René Dessing zijn herinnering aan de aanloop naar het themajaar in 2012. “Mijn missie is geslaagd: veel meer mensen kennen buitenplaatsen, komen er en zetten zich er voor in. Maar als ik naar het buitenplaatsenlandschap kijk, dan denk ik dat de bedreigingen alleen maar groter en complexer zijn geworden. Klimaatverandering en klimaatadaptatie zijn gewichtige thema’s. De druk op de ruimte door opgaven rond energietransitie, met de vraag naar ruimte voor zonneweiden en windmolens, is enorm. De problematiek is zo groot, dat de aanpak een nationale regie vergt en die ontbreekt, helaas. Een visie op het buitenplaatsenlandschap binnen de nationale opgave is van groot belang voor de toekomst van de buitenplaatsen.”

Veel lokale kennis en ervaring
Natascha Lensvelt houdt zich als adviseur bij de RCE vooral met kennis vergaren en kennis delen bezig, maar adviseert ook over vergunningen: “Het is elke keer een feest als ik in 3D kunstwerken van honderden jaren oud mag rondlopen. Ik ben blij dat ik mag bijdragen aan het beheer en behoud van historische tuinen en parken. Het besef dat de ontwerper heeft nagedacht over het ritselen van de populieren, de textuur van de boomschorsen, de kleur van de bladeren gedurende de seizoenen, het levende decor van de dieren… Een tuin is een totaalkunstwerk dat alle zintuigen in alle seizoenen aanspreekt.”

Een van de verworvenheden van de afgelopen jaren is dat we niet meer hoeven te discussiëren over natuur of cultuur. Iedereen is er inmiddels van doordrongen dat dit een onnatuurlijk onderscheid is. We zijn zelfs al een stap verder: we kijken nu hoe de historie van het natuurlijke bodem- en watersysteem gebruikt kan worden bij het vinden van antwoorden op actuele problemen. De onlosmakelijke verbinding tussen natuur en cultuur wordt overal erkend en er wordt naar gehandeld.” Natascha ziet in de vergunningaanvragen voor ‘groen’ een rode draad in de problematiek van het beheer van het buitenplaatsenlandschap. Vooral vernatting en verdroging en de gevolgen van te veel stikstof zijn terugkerende thema’s. En de opgaven blijven toenemen in aard en omvang, zoals de problemen rond houtopstanden als gevolg van massale uitval door ziektes en droogte. “Meer nationale regie juich ik zeker toe”, zegt Natascha, “maar vergeet niet hoeveel kennis en ervaring er lokaal is.”

Buitenplaats Kasteel Wylre

Samenwerking en landelijke sturing nodig
Ook Marjolein Sanderman benoemt als de belangrijkste thema’s van dit moment de klimaatadaptatie, biodiversiteit en de druk op de ruimte door de wooncrisis en energietransitie. Ook zij roept op tot meer nationale regie: “Als gemeente zijn we enorm druk met de energietransitie en de lokale en regionale aanpak daarvan. Maar windmolens en zonneweiden vergen een landelijke en gecoördineerde aanpak. Gemeente Rheden heeft veel stappen gezet rondom regelgeving voor het groene erfgoed. Er is veel meer aandacht voor het buitenplaatsenlandschap, niet alleen bij ons, maar ook bij de provincie en het Rijk. Maar hoe zorg je dat groene ruimte in stand blijft bij al het geweld van de grote opgaven? We willen onze omgevingswaarden goed verankeren in beleid, maar hoe voorkom je dat acties van buurgemeenten jouw erfgoed schaden – of andersom? Vooral bij grootschalige ingrepen, zoals windmolens, is samenwerking en landelijke sturing nodig.”

Aandacht voor natuurwaarden én cultuurwaarden
Volgens Henk Dijkstra is het besef enorm toegenomen dat de buitenplaats en het landschap belangrijk erfgoed zijn: “Dat bomen op de buitenplaats ook cultuurhistorische waarden hebben, vinden we nu logisch. Het is natuurlijk geworden om zowel aan de natuurwaarden als aan de cultuurwaarden van een bomenlaan aandacht te besteden. Wat mij betreft mag er nog meer besef komen van de samenhang tussen erfgoedonderdelen onderling en van het belang van erfgoedelementen in het landschap. Ook ‘natuurmensen’ zien steeds meer het belang van cultuurhistorie. Het gebruik van kennis over de ondergrond, zoals het historische watersysteem, is enorm in opkomst. Het is heel belangrijk dat we de historie kennen. De kennis van het verleden is van groot belang bij het oplossen van de problemen van het heden.”

Kasteel Westhove op Walcheren

Kennis van historie sleutel voor oplossingen
Rest mij, aan het eind van dit deel, om mijn eigen mening met u te delen. Ik ben het eens met bovenstaande reflecties. Niet alleen het bewustzijn van het belang van behoud en goed beheer van buitenplaatsenlandschappen is groter, maar ook de complexiteit en de omvang van problemen rond de instandhouding. Er is meer besef van het belang van samenwerken en van samenhangend beheer. En er wordt meer urgentie gevoeld. Problemen die tien jaar geleden nog abstracte vergezichten leken, zoals klimaatverandering, zijn nu dichtbij. Zonder goede regie en zonder een visie op het behoud van de kwaliteiten van het Nederlandse landschap kunnen in korte tijd belangrijke waarden voorgoed verloren gaan of onomkeerbaar aangetast worden. Met het besef dat natuur en cultuur onlosmakelijk verbonden zijn, is ook ontdekt dat buitenplaatsen bij uitstek plekken zijn waar het natuurlijke bodem- en watersysteem benut is voor de inrichting van het landschap. Het zijn plekken waar we goed kunnen zien en leren hoe we het natuurlijke systeem in balans kunnen brengen met ons handelen en kunnen benutten in ontwerpen. Kennis van de historie van zowel het ontstaan van het landschap, als van al het menselijke handelen daarin, kan ons enorm helpen. Niet alleen bij het oplossen van bestaande problemen, bijvoorbeeld op het gebied van waterberging, maar ook bij het voorkomen van nieuwe problemen. Buitenplaatsenlandschappen zijn daarmee niet alleen mooie lustoorden en plekken van vertier en ontspanning, maar ook de sleutel voor oplossingen voor grote opgaven. Als we de historie goed in kaart brengen, het liefst in “5D-modellen” van alle ondergrondse en bovengrondse lagen, plus de factor tijd en mens (de vierde en vijfde dimensie), vinden we daar antwoorden. Dan leren we dat de betekenis van de buitenplaats voor het Nederlandse landschap immens is en een onuitputtelijke bron van schoonheid én zeer nuttig is als model voor een gezond en goed leven.

Meer lezen over het werk van Marina Laméris en haar publicaties? Zie www.tastbaarerfgoed.nl