Aan het woord is Philip de Haseth Möller op De Leemcule in Dalfsen – sKBL – Stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen

Aan het woord is Philip de Haseth Möller op De Leemcule in Dalfsen

“Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot het buitenleven. Mijn familie komt uit Curaçao en zelf heb ik nog enige tijd een wijnchâteau gehad in Frankrijk. Het landleven is altijd een belangrijke factor in mijn leven geweest. Daardoor is ook mijn belangstelling voor historische buitenplaatsen ontstaan. In 2012 is mijn oog gevallen op De Leemcule. Een fotogenieke en idyllische buitenplaats met een interessant verleden.

De Leemcule is in de 15de eeuw een boerderij en krijgt in de 16de eeuw de status van havezate. Het oorspronkelijk huis met zijvleugels, bouwhuizen en parkaanleg groeit in de 18de eeuw uit tot een imposant landgoed met boerderijen en katersteden. Hoewel het oorspronkelijke hoofdhuis in 1812 is afgebroken en het landgoed in de 19de en 20ste eeuw steeds meer land kwijtraakt, is de grandeur van toen nog steeds zichtbaar. Elementen uit alle periodes zijn terug te vinden op De Leemcule zoals de 17de-eeuwse lanen en grachten, vijvers uit de 18de eeuw, 19de-eeuwse slingerpaden en de rozentuin uit de vorige eeuw. Het hoofdhuis is niet herbouwd, maar een van de bouwhuizen wordt in de eerste helft van de 19de eeuw door de toenmalige eigenaar, Frederik Christiaan baron Mulert, geschikt gemaakt voor bewoning. Louis Rhijnvis Feith heeft bij die gelegenheid nog een feestgedicht gemaakt. Een strofe uit dit gedicht is nog steeds actueel:

Zie hoe de Wandelaar, dees’ woning aan blijft staren,
hoe zelfs de reiziger verhaast, niet voort kan gaan.
Waar niets zijn zoekend oog, hem eenmaal konde boeijen,
gaapt hij nu heel verrukt, een poos haar schoonheid aan.

Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van De Leemcule kan het boek lezen van Ronald van Immerseel dat in 2017 verscheen en dat in een eerdere sKBL nieuwsbrief is besproken. In deze publicatie passeren alle eigenaren de revue, met de door hen aangebrachte veranderingen en aanpassingen.  Elke eigenaar geeft een buitenplaats zijn eigen sfeer, wat zich uit in de tuinaanleg en interieurelementen zoals schoorsteenmantels.

De zorg voor een buitenplaats vraagt veel aandacht en geld. Door de status van monument is er onderhoudsplicht. Dit onderhoud is aan strenge voorwaarden gebonden, wat kostenverhogend werkt. Daar zou iets tegenover moeten staan, zoals de fiscale regeling die nu onder druk staat. Juist door deze regeling staan in Nederland de buitenplaatsen er zo fraai bij. De buitenplaatsen en landgoederen zijn beeldbepalend in het landschap en daarmee een factor van belang. Als vicevoorzitter van het dagelijks bestuur van de Vereniging Particuliere Buitenplaatsen (VPHB) ben ik daar nu veel mee bezig. De rijksoverheid wil het stelsel van voorzieningen rond monumenten herzien. Wij proberen daar zo veel mogelijk invloed uit te oefenen.

Onlangs is een onderzoeksrapport gepubliceerd dat is uitgevoerd door Dr. Ir. Elisabeth Ruijgrok van het bureau Witteveen en Bos in opdracht van de VPHB. Uit dit onderzoek blijkt dat de maatschappelijke baten van goed onderhouden buitenplaatsen veel hoger zijn dan de kosten voor instandhouding. Deze baten komen nauwelijks ten goede aan de eigenaren van de buitenplaatsen. Wij doen er alles aan om deze scheve situatie onder de aandacht te brengen van de overheid.

Een andere speler in het veld is het OPG (Overijssels Particulier Grondbezit), een provinciale tak van de landelijke Federatie Particulier Grondbezit. Spreekbuis van particuliere grondeigenaren en gesprekspartner van de overheid. Deze club zet zich ook in om de sympathie bij het brede publiek voor dit particuliere bezit te bevorderen. Dit sluit aan bij de activiteiten van sKBL, die vooral de toeristische kant en de toegankelijkheden van dit unieke erfgoed benadrukt en daarop de aandacht vestigt. Een goede zaak, waar jullie vooral mee door moeten gaan.

Hoewel ik deze buitenplaats zelf met veel plezier bewoon, stel ik de tuin soms open voor publiek. Op de Dag van het Kasteel of Open Monumentendag. Zo nu en dan geef ik gelegenheid voor een concert of een ander klein evenement. Daardoor kunnen belangstellenden, die de buitenplaats van enige afstand waarderen, de schoonheid van dichterbij beleven en de bijzondere elementen van de buitenplaats bewonderen, zoals de vaantjesboom (zie foto) die nog door de Van Boetzelaers is geplant.

Openstelling van een particuliere buitenplaats vraagt om een delicaat evenwicht tussen privacy en openbaarheid. Te veel gesloten is niet goed. Daarmee schep je afstand met de omgeving waar je deel van uitmaakt. Te veel open is ook niet goed. Dan gaat de mystiek verloren die voor een deel de waarde bepaalt.

Ik vind het een voorrecht om op De Leemcule te mogen wonen, maar besef heel goed dat een buitenplaats altijd ‘geleend’ is en moet worden doorgegeven aan volgende generaties.

Daar doe ik mijn best voor! “


(Red) Het boek De Leemcule van Ronald van Immerseel is te bestellen via phm@cortona.nl
Lees hier de boeksignalering van René Dessing