Thérèse Schwartze (1851-1918) op Paleis Soestdijk

Door Cora Hollema
juni 2017

“Ik zwierf met een lakei het gansche paleis door van boven tot onder en toen vonden wij een heel goede kamer op het Noorden”

Zo schrijft society-schilderes Thérèse Schwartze in 1880 in een brief aan haar moeder. Zij was uitgenodigd enkele weken op paleis Soestdijk te komen logeren om prinses Marie, de echtgenote van prins Hendrik der Nederlanden (een broer van Willem III) schilderles te geven.

De voorstelling (aan prinses Marie, CH) en de eerste les zijn gedaan en de eerste angst voorbij. Een alleraardigst freuletje geleidde mij tot de prinses; ik had niet eens tijd, mijn haar wat in orde te brengen. Ik heb mij oneindige malen vergist, maar de prinses is waarlijk allerliefst en zeer vriendelijk. Ze verlangde zo aan het schilderen te gaan, dat ik hals over kop eene kamer tot atelier moest inrichten. Maar waar was het Noorden? Niemand wist waar het Noorden was en ik wel het minst van allen. Ik zwierf met een lakei het gansche paleis door van boven tot onder en toen vonden wij een heel goede kamer op het Noorden, vlak naast de mijne vanwaar wij waren gekomen “.

Prinses Wilhelmina
Portret van prinses Wilhelmina, z.d. (ca 1888) Pastel op papier, 60 x 50 cm. Collectie Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau.

Schwartze zou vaker op paleis Soestdijk verblijven. Zo ook toen zij in de zomer van 1887 daar weer een paar weken doorbracht. Ditmaal om de 7-jarige kroonprinses Wilhelmina te portretteren. Weer maakt zij haar moeder deelgenoot van alle belevenissen.

“De koningin was zeer lief en het prinsesje snoezig”. Het was een eervolle, maar ook een moeilijke opdracht. Want zo vervolgt zij bezorgd in dezelfde brief: “Verbeeldt u, ’s morgens kon ik maar één kwartier werken, daarna moest de prinses uit rijden, en ’s middags maar anderhalf uur. Het zal nooit voor de volgende week afkomen. De koningin en ’t kind zijn zeer lief, maar dat helpt niets”.

De Koninklijke opdrachten zijn van groot belang geweest voor de carrière van Schwartze. Hierdoor nam haar loopbaan een hoge vlucht en werd haar naam als dé portrettiste van de elite definitief gevestigd. Het contact met het hof werd in 1880 gelegd. Mr Gijsbert van Tienhoven speelde hierin een cruciale rol. Van Tienhoven was van 1880 tot 1891 burgemeester van Amsterdam, en kende koningin Emma persoonlijk.

De band met het koningshuis, die Schwartze in totaal zes opdrachten opleverde, zou zich uitstrekken over een periode van vijfendertig jaar. Zij portretteerde drie generaties koninginnen, Emma, Wilhelmina en Juliana. De meeste portretten maakte Schwartze van Wilhelmina.

Het meest succesvol was het pastelportret uit 1887 van het prinsesje Wilhelmina. Schwartze ontketende hiermee een ware rage. Iedereen die zichzelf respecteerde, wilde zijn kinderen vorstelijk in pastel vereeuwigd zien. En Schwartze, zakelijk als zij was, verhoogde onmiddellijk haar prijs voor een pastelportret. Aanvankelijk was een pastel goedkoper dan een olieverfschilderij. Werken in pastel gaat veel sneller dan in olieverf.

Schwartze was min of meer kind aan huis op paleis Soestdijk. En zeer waarschijnlijk zijn al haar Koninklijke opdrachten daar tot stand gekomen. Uit haar brieven weten we in ieder geval zeker dat ze in 1880 en 1887 lange tijd op Soestdijk doorbracht en daar een vast vertrek als atelier gebruikte.


Drs. Cora Hollema (1948), socioloog, publicist en tentoonstellingsmaker, organiseerde in 1989 in Slot Zeist een tentoonstelling over het werk van Thérèse Schwartze.

Recent verscheen de eerste Engelstalige monografie over society-portrettiste Thérèse Schwartze

‘Thérèse Schwartze, Painting for a Living’ (Amsterdam, 2015) www.thereseschwartze.com

Auteur: Cora Hollema, co-auteur Pieternel Kouwenhoven
ISBN 978-90-824064-0-5 (hardcover) 184 pag., 118 illustraties, 82 kleur
Vertaald uit het Nederlands door Beverley Jackson – Limited edition 500 ex., handgenummerd 1-500
In Nederland voor 30 euro (incl. verzending) te bestellen via corahollema@kpnplanet.nl

Zie ook de sKBL-boeksignalering