English Deutsch Franais
chapeau

Kastelen, Buitenplaatsen en Landgoederen

De sKBL spant zich in voor Nederlandse kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. Er zijn voor deze begrippen meerdere definities mogelijk.  Zonder dat de sKBL een uitspraak doet wat de juiste definitie is, treft u onderstaand een begripsomschrijving  aan van een kasteel, een historische buitenplaats en landgoed.

Kasteel Oudaen Breukelen

Kasteel Oudaen Breukelen

Het woord kasteel is afgeleid van het Latijnse castellum, dat fort of toevluchtsoord betekent. Soms verrezen kastelen op de plek van een castellum. Een kasteel is een zelfstandig versterkt bouwwerk dat tot de late Middeleeuwen verdedigbaar was. Het kasteel verenigde in oorsprong zowel bewoonbaarheid als de mogelijkheid om het bouwwerk te kunnen verdedigen. De bewoonbaarheid gold een beperkte groep mensen; variërend van een adellijke familie tot een militair garnizoen. Voorts wordt gesteld dat het als een militaire structuur groter moest zijn dan een verdedigbare toren (donjon) maar kleiner was dan een versterkte stad. Een kasteel kan een onderdeel zijn van een stad, maar het moest daarvan kunnen worden afgesneden door hekken of ophaalbruggen. Een extra versterkt kasteel noemt men een burcht of slot. Vaak gebruikt men het woord kasteel  om er de particuliere woonplaats van een heer of edelman mee aan te duiden. Een paleis was nooit versterkt terwijl een edelman in principe niet woonachtig was in een fort. Verder onderscheidde een kasteel zich van ommuurde steden omdat daar door een collectieve inspanning werd verdedigd.

In ons land noemt men in Groningen een kasteel borg, in Friesland een state of stins en in Oost-Nederland een havezate. Vaak bezaten de borgen, states en havezaten bestuurlijke rechten waardoor de eigenaar toegang had tot riddermatige organisaties.

Bosbeek Heemstede

Bosbeek Heemstede

Met een historische buitenplaats doelt men op een monumentaal huis, vaak met bijgebouwen, dat een harmonieus en onlosmakelijk geheel vormt met een omliggende tuin of park. In Nederland, maar vooral in het midden en westelijk deel van ons land, bouwden gefortuneerde stedelingen hun buitenplaatsen tussen 1600 en 1920 in het omringende, landelijke buitengebied. zo kon men in de zomer ontkomen aan de ongezonde (epidemieën) stad met haar vervuilde grachten. In deze zelf gecreëerde buitenoases verstond men de kunst van het genieten en hield men zich bezig met literatuur, poëzie, muziek, flora en fauna, architectuur en beeldende kunst. Waar de oorspronkelijke eenheid tussen het huis en het omringende park en bos bewaard is gebleven, noemt men nu een complex historische buitenplaats.

In het noordelijk, oostelijk en zuidelijk deel van Nederland vonden parallelle ontwikkelingen plaats. Hier komen buitenplaatsen soms voort uit een oudere fortificatie (borgen, states of havezaten) dan weer ontwikkelden zij zich uit landgoederen of uit voormalige kloosters. In het westen trok de koopman in de zomer naar het platteland. In Noord- en Oost-Nederland maakte de adel soms een gang naar steden zoals Den Haag of  Utrecht. Bij dit alles spelen Amsterdamse regenten en kooplieden in de Randstad tijdens de 17de- en 18de-eeuws een toonaangevende rol. Zij vormden met hun grote grondbezit en vele buitenplaatsen van Amsterdam een eerste  metropool.

Op buitenplaatsen recreëerde men vooral. Ook op de meer oostelijk gelegen landgoederen ontspande men zich maar hier was en is de instandhouding van de vaak uitgestrekte landerijen het hele jaar rond een dagelijkse bezigheid. Men moet hierbij denken aan verpachtingen, bos- en landbeheer en soms ook aan lokale sociale en politieke taken. Veel landgoederen kennen een mening van historische en eigentijdse elementen.

Amstenrade

Amstenrade

Sypesteyn Nieuw Loosdrecht

Sypesteyn Nieuw Loosdrecht

 

Een landgoed is een gebied van meerdere hectares, met landerijen en tuinen en waar een buitenplaats, landhuis, een grote boerderij, kerk of kasteel op voorkomt. Sinds enige jaren stimuleert de overheid de vestiging van nieuwe landgoederen, onder andere door gunstige belastingmaatregelen. Een belangrijke eis die aan een nieuw landgoed gesteld wordt is een minimumoppervlakte van 10 ha hoogwaardig groen. Bij het omzetten van een voormalig agrarisch complex in een landgoed verlangt men als tegenprestatie vijf hectare natuurgroen. Een niet strikte eis is dat het landgoed (deels) openbaar toegankelijk moet zijn. Op het terrein moet verder enige monumentale bebouwing voorkomen al is dit laatste geen harde eis. Er zijn ook nieuwe landgoederen zonder opvallende bebouwing. In principe wordt de verhouding van één gebouw tegen tien hectare nieuw groen aangehouden of van vijf hectare als het een bestaand complex is.