Blog René Dessing

Rene Dessing  getekend

Voorbij de zorg voor erfgoed

Sinds wij op een buitenplaats uit 1632 wonen ben ik onder de indruk van de historische dimensie en vooral het natuurschoon van dit cultuurgroene erfgoed. Tijdens mijn dagelijkse wandeling met de hond door het parkbos geniet ik van eeuwenoude zichtlijnen, van reusachtige bomen met wortels die reiken tot in de 18e eeuw, van fraaie monumentale fruitmuren, van zeldzame dieren, van (stinzen-) planten en zelfs (tot op zekere hoogte) van gretig rozenstruiken etende reeën.
De gedachte dat dit 19 hectare tellende, zich in de Randstad bevindende park, bijna vier eeuwen oud is, raakt mij altijd. De natuur, die nauwelijks veranderde, deel ik met vroegere bewoners en hun gastSONY DSCen. Ook zij genoten van de fruitmuren, bomen, planten en wandelpaden. Het oude bos verbindt mij met een verleden dat verder reikt dan mijn bestaan.
Op deze geprivilegieerde woonstee vind ik de oplaadplek voor mijn inspanning om dit waardevolle erfgoed voor de toekomst zeker te stellen. Daarom betreur ik het dat niet meer mensen weet hebben van dit omvangrijke cultuurgroene erfgoed en dus missen wat er op kastelen, buitenplaatsen en landgoederen te halen valt en te doen is. Dat is tegelijk jammer en gevaarlijk in politiek opzicht.
Verder valt mij op dat mensen die zich inspannen deze lustoorden te behouden, vaak gebukt gaan onder (financiële) zorgen en onbegrip. Onbegrip dat door hun obscuriteit wordt gevoed. Dat is ook een gevolg van toenemende maatschappelijke onverschilligheid ten aanzien van erfgoed- en natuurbehoud.
Het zijn overigens niet alleen particuliere eigenaren die zuchten onder de complexe instandhoudingsproblematiek. Ook directies van kasteelmusea, horecalocaties op kastelen en buitenplaatsen en terreinbeherende organisaties als Staatsbosbeheer en de Landschappen hebben zorgen. Als bewoner (niet-eigenaar) van een buitenplaats heb ik wellicht makkelijker spreken, maar toch verbaast het mij hoe de zorgelijkheid op menig buitenplaats de genoegens verdringt. Enige jaren geleden, in de nadagen van de Stichting tot behoud van Particulier Historische Buitenplaatsen, enquêteerde ik honderden eigenaren. Duidelijk werd dat het beheer van een buitenplaats niet altijd tot levensvreugde leidt. Dat was in de tijd waarin de buitenplaatsen ontstonden wel anders. Toen vonden veel stedelingen een zorgeloze harmonie in het buitengebied. SONY DSC
Een fractie van die geestesgesteldheid gun ik de huidige eigenaren van monumenten en cultuurgroen erfgoed. In het delen van genoegens vindt men de cultuur. Daar ligt het creëren van een breder maatschappelijk draagvlak voor de instandhouding van onze wonderschone (cultuurgroene) monumenten.

René W.Chr. Dessing

(blog 2015-1)


Tijdloze lustoorden

Het is alweer lang geleden dat mijn partner en ik ons vestigden op het uit 1632 daterende Huis te Manpad. Daar is mij gaandeweg een levensvorm gewaar geworden, die mij in haar betekenis en historische dimensie tot dan minder bekend was. Het via water met Amsterdam verbonden lustoord groeide door de eeuwen heen uit tot een heerlijk domein van hoge cultuurgroene waarde.

Castle Howard
Castle Howard

Op Huis te Manpad is bijzonder dat zowel het huis als het park talrijke 18de-eeuwse stijlelementen wist te bewaren en niet ten prooi is gevallen aan de veranderzucht van de laatste twee eeuwen. Sinds ik op Huis te Manpad woon ben ik niet alleen veel te weten gekomen over dit huis, ik heb ook veel kennis vergaard over de 552 historische buitenplaatsen die ons land rijk is. Het centrale begrip daarbij is monumentaal. Want zonder uitzondering is alles op buitenplaatsen groot en ruim; zowel binnen de muren van de huizen als daarbuiten is alles groots en meeslepend. Het leven buiten leidde destijds tot talrijke liefhebberijen en door de ruim beschikbare tijd perfectioneerden velen hun hobby’s waarmee zij met gemak het amateurniveau overstegen. Zo weet niemand hoeveel eigenaren hun buitenplaats als amateurarchitect zelf hebben ontworpen. Marquette in Heemskerk is er een van.

Gedekte tafel op Duivenvoorde
Gedekte tafel op Duivenvoorde

Meestal waren de huizen rijk ingericht met kostbaar meubilair, schilderijen, porselein, zilver, tapijten en andere kunstvoorwerpen. Dat inrichten luisterde nauw want het interieur speelde een belangrijke rol in de wijze waarop men zich naar buiten wilde laten zien. Inrichting en kunstvoorwerpen onderstreepten en versterkten de status van de eigenaar en dat telde in die standbewuste tijden. Men wist precies wat hoorde; het ene meubelstuk was goed, het andere niet. ‘Spullen’ werden gekoesterd en met zorg bewaard, want de pracht is om van te genieten én om door te geven aan de volgende generatie.

.

Uithuizen-Menkemaborg
Uithuizen-Menkemaborg

Lijkt de belangstelling voor wat enigszins denigrerend de toegepaste kunsten worden genoemd, nu wat tanend, op kastelen en historische buitenplaatsen valt hiervan nog volop te genieten. Daar kan men zien hoe smaak en interieurs zich ontwikkelden en zijn deze huizen van de vroegere elite gaan behoren tot het cultuurgroene erfgoed van nu. Het zijn getuigen van een voorbije levensvorm die door goede smaak en gevoel voor kwaliteit en artisticiteit veel schoonheid bezitten. Talrijke kasteelmusea maar ook toegankelijke particuliere buitenplaatsen bieden bezoekers fraaie interieurs en kunstcollecties. Daar ziet u dat hetgeen waarmee de kasteelbewoners van toen indruk probeerden te maken, door de eeuwen heen alleen maar aan kracht heeft gewonnen. Men zocht en vond buitenharmonie in de verbintenis tussen ontwerp en natuur en gebruikte uiteenlopende kunstvormen ter verdere verfraaiing daarvan. De levensstijl en het jaarritme werd er op aangepast. Door dit buitenleven was de band tussen stad en land innig en natuurlijk. Die band is verloren gegaan ondanks het duurzame karakter van dit cultuurgroene erfgoed. Dit laatste zou een goed argument zijn om weer op zoek te gaan naar die voederende verbintenis tussen stad en land.

René W.Chr. Dessing

(blog 2014-1)