Interieuronderzoek en de bouwgeschiedenis van Oldengaerde

Door Eva Osinga-Dubbelboer

Oldengaerde
Oldengaerde

Net buiten het Drentse dorp Dwingeloo ligt de voormalige havezate Oldengaerde. Deze havezate kent een interessante, maar ook een deels nog onduidelijke bouwgeschiedenis. Ik deed in het voorjaar van 2015, als studieopdracht, interieurhistorisch onderzoek in Oldengaerde. Door de bevindingen uit dit onderzoek in een breder perspectief te plaatsen en te relateren aan de tot dusver bekende bouwgeschiedenis van het huis, ben ik tot een interessante en vernieuwende kijk op de bouwgeschiedenis van de havezate gekomen.

Een plafond in stukjes

Het stucwerk van het plafond in de voorkamer is aan de hand van de decoraties gedateerd in de 19de eeuw. Een luikje in de vloer van de slaapkamer boven de voorkamer verraadt echter dat het plafond waarschijnlijk iets jonger is. Het plafond is bevestigd op steengaas, dat vooral in de 20ste eeuw is toegepast. Dan rijst de vraag of we hier te maken hebben met een plafond met “ouderwetse” vormen of dat er iets anders aan de hand is. In de kelder is het antwoord op deze vraag te vinden. Hier liggen namelijk brokstukken van een stucplafond dat bij nadere bestudering dezelfde vormen heeft als in de voorkamer. Op de brokken zijn nog sporen te zien van het riet waartegen dit stucwerk was bevestigd. Vermoedelijk is het plafond in de voorkamer op een gegeven moment naar beneden gekomen doordat de ijzerdraadjes waarmee het riet aan de balklaag is bevestigd doorgeroest waren; dit is niet uitzonderlijk bij stucplafonds op riet. In Oldengaerde is gekozen om het plafond te herstellen met nieuwe materialen (stuc op steengaas), maar dan wel in de oude vorm. Het plafond is dus jonger dan je op het eerste gezicht zou denken.

Stucplafond in voorkamer
Stucplafond in voorkamer

Een voorgevel uit 1717?

Op de voorgevel van het pand prijkt het jaartal 1717. Uit een nadere bestuderen van de vensters blijkt echter iets anders. Het schuifraam deed eind 17de eeuw zijn intrede in Nederland. Aanvankelijk werden kozijnen voor schuiframen vervaardigd door vier houten plankjes tegen elkaar aan te zetten waarmee de holle ruimte voor de contragewichten werd gecreëerd (deze zorgden ervoor dat het raam met relatief weinig kracht omhoog geschoven kon worden). Vanaf het begin van de 18de eeuw werd de gewichtkoker in een massief stuk kozijnhout uitgehakt. Deze nieuwe constructiemethode werd in 1710 voor het eerst toegepast.

De kozijnen in Oldengaerde bestaan, voor zover tijdens dit onderzoek zichtbaar was, uit een massieve kozijnstijl met uitgehakte gewichtkoker. Dit betekent dat de kozijnen op zijn vroegst uit het begin van de 18de eeuw stammen. Een datering in 1717 is voor de kozijnen daarom zeer aannemelijk. De kozijnen lijken echter iets te smal voor de opening en hebben geen “oren” – de uitstekende delen aan de bovenkant die in het metselwerk opgenomen worden om het kozijn hierin te verankeren. Dit zijn aanwijzingen dat dit kozijn later in een al bestaande gevelopening is geplaatst. Dit zou betekenen dat de gevel al van vóór 1717 is. De gevel werd waarschijnlijk al eerder gebouwd en werd in 1717 alleen aangepast, waarbij ook de jaartalsteen werd geplaatst. Deze jaartalsteen verwijst dus naar het vervangen van de kozijnen, niet naar het vervangen van de hele gevel.

Binnenluiken verraden oorspronkelijke roedeverdeling

Rechts het huidige raam, links het oorspronkelijke raam
Rechts het huidige raam, links het oorspronkelijke raam

In de tekst hierboven gaat het enkel over de kozijnen, maar de ramen die in deze kozijnen zitten zijn veel jonger dan de kozijnen. De roedeverdeling van twee ruiten naast elkaar en het glasformaat dat hierbij hoort kunnen pas vanaf het begin van de 19de eeuw geproduceerd worden. De ramen zijn in de eerste helft van de 19de eeuw vervangen. Maar hoe hebben de oorspronkelijke ramen eruit gezien, toen de kozijnen in het begin van de 18de eeuw geplaatst werden?

Om dit te achterhalen kunnen we naar de binnenluiken kijken, deze zijn namelijk gelijktijdig met de schuiframen geplaatst. De binnenluiken bevatten vijf bladen, bestaande uit een paneelverdeling van 1-2-2-3-1, dus een totaal van negen delen. Dit zou een roedeverdeling van vijf ruitjes horizontaal en negen ruitjes verticaal suggereren. Deze verdeling komt veel voor, waarbij het bovenraam vier bij vijf ruitjes is en het onderraam vijf bij vijf. De wisseldorpel zou in dat geval net iets lager gelegen hebben dan in de huidige situatie. Bij nadere bestudering van het kozijn is op deze plek inderdaad een krimpnaad te zien die een aanpassing in het kozijn verraadt.

 

Venster met binnenluiken en vensterzitbank
Venster met binnenluiken en vensterzitbank

Tot slot

Dit artikel geeft slechts een paar voorbeelden. Een uitgebreidere versie van dit artikel is te vinden op mijn website.

Het interieuronderzoek heeft, naast een relatieve chronologie van de verschillende interieurelementen, ook meer inzicht in de bouwgeschiedenis van het huis opgeleverd. Gedetailleerd interieuronderzoek kan dus niet alleen informatie over het interieur opleveren, maar ook een nieuw inzicht in de bouwgeschiedenis geven.

Alle afbeeldingen zijn van de auteur (red)

 

 


 

 

 

 

Over de auteur

eva-05Eva Osinga-Dubbelboer werkt als zelfstandig bouwhistoricus en architect. In 2016 studeerde ze cum laude af aan de post-HBO opleiding Bouwhistorie en Restauratie van de Hogeschool Utrecht, waarvoor ze onder andere het onderzoek in Oldengaerde deed. Daarvoor studeerde ze Bouwkunde aan de TU Delft, waar ze in 2012 afstudeerde in de richting Restauratie. Zie voor meer informatie: www.eva.osinga.dubbelboer.com

 

december 2016