Dit gebeurt binnen sKBL

november 2017

Wat beschouwing over kastelen, buitenplaatsen en landgoederen

Nog even en het jaar 2017 beleeft zijn laatste dag. Voor ons was het een goed jaar. De stichting was actief in het bewerkstelligen van verbindingen tussen de direct betrokkenen van monumentaal groen erfgoed en stimuleerde de kennisuitwisseling tussen deze groepen. Dit en onze activiteiten op de sociale media, in tv-interviews, krantenartikelen en digitale nieuwsbrieven hebben bijgedragen aan het vergroten van de zichtbaarheid van de Nederlandse kastelen en historische buitenplaatsen in binnen- en buitenland.

Buitenplaatsen aan de Vecht

Dit schrijvende, merk ik wel op dat buitenplaatstoerisme niet overal en door iedereen wordt gezien als een (exclusieve) bestaansgrond of de beste manier om buitenplaatsen voor de toekomst te behouden. Meerdere particuliere eigenaren bewonen een buitenplaats in een rustige balans van opbrengst en kosten. Hierbij stellen zij een betrokken overheid op prijs. Zo streven zij er naar om een oorspronkelijke karakter van een gebied of regio te behouden. Ook zijn rust en regelmaat essentieel voor de flora en fauna op buitenplaatsen. Teveel bezoekers verstoren balansen en dit wordt door zowel particuliere eigenaren als natuurorganisaties terecht gezien als een  spanningsveld. Veel kasteelmusea zijn blij met bezoek, maar niet in de aantallen zoals Kasteel Ruurlo die dit jaar te verwerken kreeg. Dat kunnen de vrijwilligers of de overvraagde (kleine) teams van museummedewerkers lang niet altijd aan. Los hiervan kennen sommige regio’s in de Randstad nog andere bijkomende hindernissen. Zowel de Vecht, als ’s-Graveland en Kennemerland zijn qua infrastructuur en met horecavoorzieningen totaal niet toegerust om het overlopen Amsterdam te bevrijden van hun overvloed aan toeristen uit binnen- of buitenland. Zo kan men bijvoorbeeld in Heemstede nauwelijks logies vinden, zo weet ik, en de immer drukke tweebaanswegen langs de Vecht of in ’s-Graveland staan geen langzaam rijdende bussen toe met lui die dan weer links en dan weer rechts kijken. En ook het openbaar vervoer naar die regio’s, niet gericht op toeristen, laat te wensen over.

Alhoewel de bij de Amsterdamse politiek levende wens te begrijpen is om de overloop aan toeristen buiten de stad te ‘lozen’, vind ik het geen goede zaak om die sores zonder goed overleg of onderzoek maar over de schutting van de buren te gooien en zo die gemeentes ongevraagd ermee op te zadelen.  Aan de Vecht, in ’s-Graveland en Kennemerland is men er niet op ingesteld om een grote toestroom toeristen te kunnen afhandelen. Daar zal eerst een inventarisatie van mogelijkheden van kastelen en historische buitenplaatsen moeten worden uitgevoerd naar hun bezoekmogelijkheden. Daartoe behoort ook het zich meer gaan instellen op anderstalige bezoekers. Bovendien zijn de Amsterdamse buitenplaatsen altijd gekoppeld aan grachtenpanden in de stad waardoor het ook voor Amsterdam zinvol zou zijn als daar iets met die oude verbintenis tussen stad en platteland gedaan zou worden. Zo zullen het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen, ondernemers op buitenplaatsen en regionale toeristenbureaus hun promotionele acties een stuk zinvoller kunnen uitvoeren.

In dit zelfde kader meld ik u nog dat in Het Parool van 25 november jl. een artikel stond, waarin het Noord-Hollandse D66-statenlid Tom Buijtendorp zich zeer positief uitspreekt over de aanwezigheid van de historische buitenplaatsen in de Randstad. Hij roemt ze als Hollands groene longen, roept op er zuinig mee om te gaan en ze goed te bewaren. Buijtendorp ziet ze dus niet als vooral toeristische attracties. Sommige zijn dat wel, maar met elkaar vormen zij duurzame groene longen. Zo representeren zij een band met honderden jaren (stads-)geschiedenis, met plekken die ons landschap karakter geven en met oorden die de waan van de dag wisten te trotseren.

Voor ik deze column beëindig, pleziert het mij u te kunnen berichten dat opnieuw acht kastelen, historische buitenplaatsen en organisaties zich in ons netwerk hebben aangesloten. Aan de bestaande groep van (185) Vrienden voegden wij de historische buitenplaatsen Mariëndael te Oosterbeek, Oude Gein te Nieuwegein, Kasteel Engelenburg te Brummen, Oosterwijk te Anna Paulowna, De Tempelhof te Winssen en Huis te Warmond toe net als het Lalique Museum te Doesburg en de stichting met informatiesite Adel in Nederland. Alle nieuw aangesloten buitenplaatsen worden uiteenlopend benut. Op de  particuliere buitenplaats Oude Gein wordt gewoond en vinden er kleine (besloten) evenementen plaats. Huis Warmond telt zes appartementen, die alle particulier worden bewoond. Op Mariëndael bezint men zich hoe het na restauratie het beste is te benutten. Op De Engelenburg is ieder verblijf als hotel- of restaurantgast plezierig. Bijzonder is het toetreden van De Tempelhof. Hier woont en werkt het kunstenaarsechtpaar Huub en Adelheid Kortekaas-van Swelm. Zij creëerden hier hun eigen opmerkelijke en fascinerende  leefomgeving, waarbij zij zich lieten inspireren door het ontwerp van oude buitenplaatsen. Daar vormen het interieur en de tuin met haar leilindes, zichtassen en kunstwerken een groot gesammtkunstwerk.

Bestuur, medewerkers, vrijwilligers en ik wensen u een mooie kerst en een voorspoedig 2018 toe. Blijft u betrokken bij ons? Dank in ieder geval voor uw aandacht en/of steun tijdens dit afgelopen jaar.

Met vriendelijke groeten,

René W.Chr. Dessing
directeur sKBLrdessing@skbl.nl
06 22 801 668