De wereld van hoveniers, 1621-1730

Praktijk, netwerken en beelden van dynastieke representatie van de prinsen en prinsessen van het Huis van Oranje Nassau

Door Lenneke Berkhout

Acte Jan van der Groen
Acte Jan van der Groen

Met de bouw van buitenverblijven zetten Frederik Hendrik (1584-1647), prins van Oranje en stadhouder van o.a. Holland, en zijn vrouw Amalia van Solms-Braunfels (1602-1675) de hofcultuur luister bij. Zo verrees in het Westland bij Naaldwijk Huis Honselaarsdijk en bij Rijswijk lieten zij Huis ter Nieuburch bouwen. Hun kleinzoon Willem III (1650-1702) zette die traditie voort met Huis Soestdijk en natuurlijk het Loo. Al deze buitenverblijven kregen indrukwekkende, classicistische tuinen.

Voor de aanleg van deze tuinen waren veel capabele hoveniers, fonteiniers en ander tuinpersoneel nodig. Deze mannen en vrouwen moesten de fraaie ontwerpen op papier omzetten in groene “paradijzen” waar het goed toeven was. Zij moesten vervolgens niet alleen de siertuin onderhouden en beheren, maar ook zorgen voor voldoende bloemen, groenten en fruit, vooral bijzondere soorten als asperges en meloenen. De hoveniers van de Lage Landen hadden een uitstekende reputatie als kwekers van bomen, bloemen en bollen. Desalniettemin was het in leven houden en opkweken van nieuwe, onbekende, exotische planten in het koude Hollandse klimaat ook voor hen een grote opgave.

voorblad-de-nieuwe-en-naukeurige-neederlandse-hovenier-1713
DE NIEUWE en NAUKEURIGE Neederlandse HOVENIER (1713).

Over deze hoveniers weten we nog relatief weinig. Mijn promotieonderzoek bij het Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen wil daar verandering in brengen. De archieven van de Nassause Domeinraad, de raad die de domeinen van het Huis Oranje Nassau beheerde, bieden een schat aan informatie over de hoveniers die in dienst waren van de Oranjes. Zo zijn er veel aanstellingsakten, contracten en instructies bewaard gebleven. De oudste akte dateert uit 1621 en is voor Andries Hoorendonck, hovenier van de Valkenberg tuinen bij kasteel Breda.

Door analyse van deze documenten kan de functie en positie van deze hoveniers in de 17e en begin 18e eeuw in kaart gebracht worden en ontwikkelingen hierin beschreven. Om hun positie beter te kunnen duiden worden de hoveniers vergeleken met hoveniers werkzaam voor het Zweedse en Brandenburgse hof en met hoveniers die werkten voor andere adellijke families en voor rijke Amsterdamse burgerfamilies.

Het onderzoek richt zich verder op de vraag in hoeverre de dynastieke aspiraties van de Oranjes de loopbaan van deze hoveniers en hun nageslacht hebben beïnvloed en welke netwerken daarbij een rol speelden. Aandachtspunt is de relatieve autonomie (‘agency’) van de hoveniers door o.a. hun specifieke vakkennis. Ook wordt gekeken welk aandeel deze hoveniers hadden in de internationale uitwisseling van horticulturele kennis en in horticulturele innovaties.

In familiearchieven liggen ongetwijfeld archiefstukken ‘verborgen’ die licht kunnen werpen op de functie en positie van hoveniers van adellijke families en rijke burgerfamilies in de 17e en begin 18e eeuw. Ik zou dergelijke stukken graag willen inzien voor mijn onderzoek. Heeft u weet van dergelijke archiefstukken die ingezien mogen worden, neem dan aub contact met mij op: lenneke.berkhout@gmail.com

martijn-hagedoorn-geen-honden-in-de-tuin-loo-1-08-11-67-24-1-1708

“Is mede goetgevonden dat aan den thuynman van het Loo Marthyn Haegdoorn by missive sal werden geordonneert dat voortaan geene honden inde thuynen op het Loo sal hebben te laeten komen, nog eenig schietgeweer daar inne te gebruycken, alsmede de hecken dewelcke aan de pallissaden leggen s’avonts en s’nagts toe te houden.”