Rijksbeschermde groenaanleg fors aangetast of verdwenen

Door Jérôme van der Maes
juni 2017

In de Nieuwsbrief van sKBL van 4 september 2016 (zie hier het artikel) berichtte ik dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een onderzoek heeft gelast naar de staat en onderhoudsbehoefte van groen erfgoed in Nederland. Voor KBL een belangrijk onderzoek. Immers, 569 van de 1.400 groene rijksmonumenten in Nederland zijn buitenplaatsen en landgoederen. Dat is bovendien qua omvang verreweg het merendeel van het totale Nederlandse groene rijksbeschermde erfgoed.

bankje
Huygens’Hofwijck

Het onderzoek is toegezegd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij brief van 29 juni 2015 aan de Tweede Kamer (TK 32 156, nr. 58) in het kader van de Subsidieregeling instandhouding rijksmonumenten (Brim). Het Brim is inmiddels vervangen voor de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen UR en onderzoeksbureau Debie & Verkuijl. De resultaten van het onderzoek naar de staat en onderhoudsbehoefte van groene rijksmonumenten zijn bij brief van 8 mei 2017 (TK 32 156, nr. 81) door de Minister aan de Tweede Kamer aangeboden. Kort samengevat blijkt dat 69% redelijk scoort, 20% goed, 11% matig en 0% slecht. Zie hier het onderzoeksrapport.

Verontrustend is dat uit het onderzoek is gebleken dat van de beschermde groenaanleg in Nederland 30% totaal is verdwenen en dat 14% is aangetast. Grof afgerond betekent dit dus dat bijna de helft van de als groen aangewezen rijksmonument niet meer of nog slechts deels bestaat. Dat is tamelijk zorgwekkend. Kanttekening hierbij is wel dat de beschrijvingen vaak decennia geleden zijn opgesteld en soms summier zijn. Controle is dus soms lastig. Het is de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren. Indien de eigenaar of beheerder een groen rijksmonument wil veranderen of omvormen is hiervoor een omgevingsvergunning nodig, net als bij een beschermd gebouwd monument. Heeft 44% van de verdwenen of aangetaste/omgevormde beschermde groenaanleg bij vergunning plaats gevonden? Dus op legale wijze? Indien dat zo is, dan is het de vraag of dit wenselijk is. Wat is het nut voor de kwaliteit van het Nederlandse groene erfgoed, indien dit op rijksniveau in het nationaal belang als zodanig wordt aangewezen, als vervolgens gemeenten bijna de helft van dit groene erfgoed toestaat te mogen verdwijnen? Of is er in veel gevallen geen vergunning aangevraagd en zijn de omvormingen of verdwijningen illegaal uitgevoerd, waarschijnlijk om kosten te besparen? Het is een nader onderzoek waard. Tevens lijkt mij dat er een taak is weggelegd voor de RCE om het op grote schaal in rook opgaan van groenmonumenten te voorkomen. In principe heeft de RCE een adviesplicht bij een omgevingsvergunning van een gemeente die beoogt een monument (gedeeltelijk) te slopen of ingrijpend te wijzigen. Deze adviesplicht zou kunnen worden aangegrepen om negatief te adviseren indien er teveel groene monumenten in Nederland dreigen te verdwijnen of te ingrijpend zouden worden gewijzigd. Het is de vraag in hoeverre de RCE dit overzicht, los van het onderhavige onderzoek, tot nu toe had? Groen erfgoed is pas sinds redelijk kort in opmars en in het vizier van de RCE en diverse andere stakeholders in de sector. Monitoren en interveniëren indien nodig is dus gewenst, wil de omvang van het beschermde groene erfgoed althans behouden blijven.

Wat is nu precies door het onderzoek in beeld gebracht? Het betreft de instandhoudingsbehoefte van de onderhoudskosten om de groenaanleg door middel van sober en doelmatig onderhoud in redelijke staat te houden. De restauratiebehoefte is daarbij niet in kaart gebracht.

border Voorlindn
Border op Voorlinden, Wassenaar

Met sober en doelmatig wordt bedoeld dat het onderhoud plaatsvindt volgens de normen van de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten.  De centrale vraagstelling van het onderzoek betreft de onderhoudsstaat en onderhoudskosten van rijksbeschermd groen erfgoed. Volgens de normering van de Leidraad (prioriteit 1 én prioriteit 2, de laatste echter niet subsidiabel) blijkt dat voor sober en doelmatig onderzoek 132 miljoen per jaar nodig is, waarvan 79% van deze kosten bij KBL liggen. Het Sim stelt evenwel maar 5 miljoen beschikbaar per jaar voor groen en dan krijgen POM’s (Professionele Organisaties voor Monumentenbehoud), Wereld Unesco Erfgoed Monumenten en aanvragen met de laagste kosten prioriteit. Dit betekent in de praktijk dat vele eigenaren en/of beheerders jaar in jaar uit achter het net vissen. Het verdeelsysteem is niet fair en behoeft aanpassing. Dit knelt ook voor KBL, eens te meer daar deze overwegend particulier zijn en dus geen POM kunnen worden. De POM-status zou geen criterium moeten zijn voor subsidieverdeling, tenzij bijvoorbeeld ook particuliere eigenaren van KBL een POM kunnen worden.

Het is jammer dat de onderhoudsstaat voor het onderzoek naar het groen is bekeken door de bril van de normering van de Leidraad en niet naar de maatstaf van de oorspronkelijke historische beschrijving van de aanleg. Sober en doelmatig onderhoud aan enkel de hoofdstructuur en de kernwaarden is dus de norm, maar dat dekt bij lange na niet alle kosten en doet ook onvoldoende recht aan wat het zou kosten om de historische aanleg in stand te houden (en in 30% van de gevallen te restaureren?). Niet voor niets is bijna de helft van de historische aanleg thans verdwenen of aangetast. Het is eenvoudigweg te duur geworden in de loop der tijd om het te onderhouden. Dit knelt bovendien met de vorig jaar ingevoerde instandhoudingsplicht in de nieuwe Erfgoedwet. Maximaal in stand moeten houden, maar sober subsidiëren. Overigens wil ik hier geen instandhouding prediken, indien een KBL een nieuwe prachtige (bloemen)tuin en/of parkaanleg zou willen realiseren. Een nieuwe aanleg zoals op Voorlinden in Wassenaar is gebeurd, is zonder meer prachtig en een aanwinst voor Nederland.

Overigens bevelen de onderzoekers aan dat bij 7 van de 30 elementtypen, die volgens prioriteit 1 van de Leidraad subsidiabel zijn, de normfrequentie voor sober en doelmatig onderhoud te verhogen, omdat de Leidraad in dezen onvoldoende is. Het betreft met name gazons. Gazons staan voor 2x maaien per jaar opgenomen, terwijl de praktijk vraagt om 24x. Indien deze extra kosten worden meegenomen stijgen de jaarlijkse kosten van 132 miljoen naar 185 miljoen (…). Gras is dus erg duur.

Voorlinden in Wassenaar
Voorlinden in Wassenaar

Verder hebben de onderzoekers ook nog de elementtypen bloemperken, hakhout, houtwal en houtsingel, moestuin, parkbos en stinzenplanten meegenomen in het onderzoek, omdat ze onmiskenbaar bijdragen aan de waarde van het monument. Het Sim subsidieert deze elementtypen vanwege budgettaire redenen echter niet helaas. Indien deze elementtypen zouden worden meegenomen bij de jaarlijkse kosten, dan stijgen die van 185 miljoen per jaar naar 188,8 miljoen per jaar.

Interessant is nog om te vermelden dat er wordt aanbevolen om nader onderzoek te verrichten naar de relatie tussen onderhoudsstaat, onderhoudskosten en het historische referentiebeeld van de groenaanleg. In dit verlengde wordt ook aanbevolen om de restauratiebehoefte in beeld te brengen, hetgeen voor een duurzame instandhouding van het groene erfgoed van belang is. Indien bij restauratie verdwenen aspecten weer worden hersteld, zullen de instandhoudingskosten voor groen jaarlijks verder toenemen.

Het is nog onduidelijk wat er met het rapport gebeurt. Het rapport is belangrijke input voor het project ‘Erfgoed Telt’, zo laat de Minister weten in haar brief aan de Tweede Kamer. Stakeholders in het groene veld zullen in gesprek gaan. Er zal worden gepolderd en ik ben benieuwd wat daar uit komt. Het subsidieklimaat is schraal en little green Edens kosten nou eenmaal geld: 188,8 miljoen instandhoudingskosten voor groen per jaar tegen 5 miljoen subsidie. Die verhouding is scheef. Bovendien is bijna 50% verdwenen, waarschijnlijk omdat het te duur is om te onderhouden. Daar kan een gebrek en thans een tekort aan subsidie mede debet aan zijn, terwijl we wel spreken over nationaal groen erfgoed dat we moeten koesteren. Daarnaast is er een instandhoudingsplicht gecreëerd die ook voor groen erfgoed geldt. Willen we dus voor de toekomst het groene erfgoed behouden én in stand kunnen houden dan zal er geld bij moeten. Het is belangrijk om groene parels te behouden in de steeds meer versteende en drukker wordende samenleving. Et in arcadia ego!


 

JérômeMr.drs Jérôme van der Maes is jurist en historicus en vanuit die expertise vrijwillig actief voor sKBL. Jérôme is onder meer gespecialiseerd in groen erfgoed.